Van 1 oktober 2014 tot en met 31 december 2017 konden organisaties die jeugdhulp verlenen subsidie aanvragen. Dit gold ook voor organisaties die kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering uitvoeren. De subsidie was bedoeld voor de bijzondere kosten die zij moeten maken door het nieuwe jeugdstelsel.

Jeugdwet

De Jeugdwet, die de grondslag vormt voor het nieuwe jeugdstelsel, is op 1 januari 2015 ingegaan. In de Beleidsregels subsidieverstrekking bijzondere transitiekosten Jeugdwet en toetsingskaders leest u voor welke kosten u subsidie kon aanvragen.

Verlenging Subsidie bijzondere transitiekosten jeugdwet 2017-2018

Per 1 april 2017 zijn de beleidsregels subsidieverstrekking bijzondere transitiekosten Jeugdwet verlengd.

De wijzigingen staan in het Wijzingbesluit beleidsregels bijzondere transitiekosten Jeugdwet . De wijzigingen gelden van 1 april 2017 tot en met 31 december 2018. U kon een aanvraag indienen tot 31 december 2017.

Waarvoor subsidie?

  • Artikel 2 b - Onvermijdbare kosten langdurige verplichtingen
    Onvermijdbare kosten als gevolg van langdurige verplichtingen  die voor 2014 zijn aangegaan voor een voorziening die door gemeenten niet of beperkt bekostigd zal worden.
  • Artikel 2 c - Voorschot voorziening (gewijzigd per 1 augustus 2016)
    De kosten die een organisatie - die voor de bekostiging van een voorziening afhankelijk is van een groot aantal gemeenten in 2016 en 2017 - moet maken om aan haar financiële verplichtingen te kunnen voldoen. Bovendien laat die bekostiging mogelijk gedurende de tijd op zich wachten

De volgende categorieën kosten vervielen per 1 januari 2016 en kwamen daarna niet meer in aanmerking voor subsidie:

  • Artikel 2 a - Continuïteit van zorg
    De kosten om te voorzien in de continuïteit van zorg voor cliënten die al zorg ontvangen (lopende trajecten) terwijl die zorgvoorziening vanaf 2015 niet langer voor nieuwe gevallen door een gemeente wordt ingekocht en met ingang van 1 januari 2016 gesloten is.

Subsidie aanvragen

Subsidie aanvragen kon door de twee aanvraagformulieren per post naar DUS-I te versturen.

Naast een subsidieaanvraag bij VWS, was het raadzaam om in gevallen van een (direct) liquiditeitstekort altijd een melding te doen bij de Transitie Autoriteit Jeugd (TAJ). Deze aanbeveling gold ook als er volgens de beleidsregels subsidieverstrekking bijzondere transitiekosten Jeugdwet geen grond bestaat voor een subsidieaanvraag.

De TAJ kon dan kijken of er ook andere oplossingen zijn voor een dreigend liquiditeitstekort. Bijvoorbeeld door met regio’s of gemeenten in gesprek te gaan over (aanpassing van) de wijze of het tempo van de bevoorschotting.

Minimum liquiditeitsniveau

Ter beoordeling van de vraag in welke mate de instelling de kosten zelf kan dragen (art.6 ,lid 1, onder b, van de Beleidsregels) adviseerde de TAJ vanaf 1 januari 2016 dat in beginsel een noodzakelijke minimum niveau van liquiditeit van één maand van de jaaromzet nodig is. Dat betekent dat instellingen die nog over liquide middelen beschikken niet al hun liquiditeit hoeven aan te spreken om voor vergoeding van frictiekosten in aanmerking te komen. Voor instellingen die niet meer beschikten over liquide middelen, werden de frictiekosten vergoed tot het noodzakelijk minimum niveau van één maand van de jaaromzet. Er werd niet meer subsidie toegekend dan de hoogte van de subsidiabel geachte frictiekosten.

Bijlagen aanvraagformulier

Bij het aanvraagformulier behoren enkele bijlagen. Een deel van de bijlagen moest worden meegestuurd met het aanvraagformulier. Een ander deel moest u als Excel-document aanleveren.

Voor het opstellen van de liquiditeitsprognose kon u gebruikmaken van het format. Hierin zit een toelichting voor het gebruik. Het ingevulde format moest u als Excel-document bij uw aanvraag per mail sturen naar btj@minvws.nl.

Beoordeling aanvraag

Voor de beoordeling van uw subsidieaanvraag werd advies gevraagd aan de TAJ. Als er sprake was van een direct liquiditeitstekort werd de subsidieaanvraag versneld behandeld. De punten die de TAJ hanteerde bij het advies over de subsidieaanvraag zijn uitgewerkt in 3 toetsingskaders:

Verantwoorden

Met het aanvraagformulier tot vaststelling kon u na afloop van de subsidieperiode verantwoorden. Dit moest binnen 22 weken na afloop van de projectperiode. U moest zich houden aan de uiterlijke datum voor verantwoording. Lukte dit niet? Dan moest u voor de uiterlijke datum van verantwoording een uitstelverzoek indienen, waarin u aangaf waarom u uitstel nodig had en tot welke datum.

Bedragen de subsidies € 125.000 of meer? Dan moest het aanvraagformulier tot vaststelling vergezeld gaan van een controleverklaring en een rapport van feitelijke bevindingen, en door een accountant zijn gecontroleerd en gewaarmerkt. Zie hiervoor het aangepaste controleprotocol als uw initiële subsidie is aangevraagd vóór 1 april 2016, of het aangepaste accountantsprotocol als uw subsidie is aangevraagd na 1 april 2016. In de protocollen zijn ook het standaardmodel controleverklaring en rapport van feitelijke bevindingen opgenomen. De protocollen zijn opgesteld met de werkgroep Controleprotocollen (COPRO) van de Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants.

U kon uw aanvraag tot vaststelling per post naar DUS-I versturen.

Hulp bij aanvraag

Om u te helpen met uw aanvraag zijn invulhulpen (toelichtingen) opgesteld. Deze documenten geven voor elke vraag in het aanvraagformulier uitleg welke informatie wordt gevraagd.

Heeft u vragen over de subsidieregeling? Kijk dan of uw vraag wordt beantwoord in de veelgestelde vragen over de subsidieregeling. Of neem contact op met de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I). Voor e-mail gebruikt u het adres btj@minvws.nl.