Versnellingsprogramma gegevensuitwisseling Langdurige Zorg (InZicht)

Gegevensuitwisseling tussen cliënt en zorgprofessional, zorgprofessionals onderling en de langdurige en curatieve zorg is nog niet altijd digitaal. Het programma InZicht heeft als doel om veilige en eenduidige digitale gegevensuitwisseling te versnellen.

Door het digitaal toegankelijk maken en uitwisselen van gegevens wordt het samen beslissen met de cliënt of mantelzorger ondersteund. Ook vermindert de administratieve last voor de zorgprofessional. Daardoor is er meer tijd voor de cliënt en worden er minder onnodige fouten gemaakt in de registratie van gegevens. Dat vergroot de veiligheid en het vertrouwen in de zorg.

InZicht bestaat op dit moment uit 2 modules:

  • Module PGO. U slaat alle gegevens digitaal op en maakt deze toegankelijk in uw systeem volgens MedMij-standaarden. Zo stelt u de gegevens beschikbaar voor de Persoonlijke Gezondheidsomgeving (PGO) van de cliënt. Hierdoor kan de cliënt een PGO gebruiken. De implementatie van deze module is verplicht en moet als eerste worden opgepakt. Uiteraard geldt dit niet als uw instelling al een PGO met BGLZ bouwstenen heeft. U kunt deze module zelfstandig aanvragen, maar het mag ook binnen een samenwerkingsverband.
  • Module eOverdracht. U gaat met zorgprofessionals digitaal gegevens uitwisselen bij de verpleegkundige overdracht. Deze module is niet verplicht. Maar het aanvragen ervan kan alleen binnen een samenwerkingsverband.

De subsidie kon worden aangevraag tot 1 december 2019. Op deze pagina volgt later informatie over de aanvraagronde in 2020.

De drie fases van de regeling

Fase 1: Contextanalyse

Om een contextanalyse te maken, meldt u zich eerst aan via inzicht@minvws.nl onder vermelding van "Aanmelding contextanalyse". U wordt dan door het programmabureau uitgenodigd voor een intakegesprek. Hierin maakt u onder andere verdere afspraken over de afronding van de contextanalyse. Onderstaande richtlijnen zijn ter informatie en kunnen wijzigen voor de aanvraagronde 2020.

Fase 2: Plan van aanpak

Als de contextanalyse klaar is, kunt u zich aansluiten bij een samenwerkingsverband. U schrijft samen een plan van aanpak voor de implementatie van de module PGO en/of eOverdracht. de templates zijn ter informatie en kunnen wijzingen voor de aanvraagronde 2020.

Het programmabureau ondersteunt bij het schrijven van het plan van aanpak. Vervolgens schrijft het programmabureau een advies dat wordt gebruikt bij de beoordeling van uw aanvraag. Zonder dit advies kunt u geen aanvraag indienen. Zorg er daarom voor dat u het advies voor de uiterste aanvraagdatum in bezit heeft.

Na fase 1 en 2 kan de projectleider een aanvraag indienen namens het samenwerkingsverband. Afspraken over de samenwerking legt u vast in de samenwerkingsovereenkomst. Gebruik daarbij onderstaand template en pas dit, waar nodig, aan.

Fase 3: Subsidieaanvraag implementatie

Als het samenwerkingsverband de samenwerkingsovereenkomst heeft ondertekend en een van advies voorzien plan van aanpak heeft, kan de projectleider een subsidieaanvraag indienen. Dit kon tot 1 december 2019.

Aanvraagcriteria

De subsidieregeling wordt aangepast. Dit betekent dat de aanvraagcriteria nog kunnen wijzigen.

Fase 1 en 2

Voordat subsidie kan worden aangevraagd moeten fase 1 en 2 zijn uitgevoerd. Daarbij is gebruik gemaakt van de templates en het plan van aanpak is door het programmabureau van advies voorzien.

Fase 3

  • De module PGO kunt u zelfstandig aanvragen. Maar het mag ook binnen een samenwerkingsverband.
  • Een samen­werkings­verband is verplicht bij de module eOverdracht. Dan vraagt de projectleider subsidie aan.
  • De contextanalyse en het plan van aanpak worden bij de subsidieaanvraag ingediend.
  • De ICT-oplossingen moeten generiek toepasbaar zijn. Dat betekent dat ze zo breed mogelijk moeten worden gebruikt en geen maatwerkoplossingen voor uw instelling zijn. Dat geldt voor de software en voor de platforms waarop deze wordt gebruikt.
  • De ICT-oplossingen zijn ontwikkeld volgens afgesproken informatiestandaarden.
  • Een zorginstelling (of een groep van instellingen die een concern vormt) kan per module in één samenwerkingsverband subsidie aanvragen. Die aanvraag kan wel een concern-brede implementatie betekenen, dus ook voor instellingen buiten het samenwerkingsverband.
  • Deelnemers in een samenwerkingsverband uit de curatieve zorg kunnen alleen subsidie aanvragen voor de module e-verdracht als deze nodig is voor een noodzakelijke aanpassing voor gegevensuitwisseling tussen langdurige en curatieve zorg. En:
    - alleen als er hiervoor binnen de VIPP-regelingen in de curatieve zorg geen subsidie is, of;
    - als u niet eerder een VIPP-subsidie heeft ontvangen voor dezelfde module of dezelfde activiteiten.

Criteria voor het samenwerkingsverband

  • Een samenwerkingsverband bestaat uit minimaal vier deelnemers, waarvan (minimaal) twee zorginstellingen zorg verlenen op grond van de Wlz, of wijkverpleging op grond van de Zvw.   
  • In een samenwerkingsverband zitten in ieder geval zorgaanbieders uit de langdurige zorg. Daarnaast bevat het aanbieders uit de curatieve zorg die met de aanbieders uit de langdurige zorg samenwerken. Hierdoor is de hele zorgketen voor cliënten vertegenwoordigd.
  • Een van de deelnemers van het samenwerkingsverband uit de langdurige zorg is de projectleider (coördinerende instelling) van het samenwerkingsverband.
  • Alle deelnemers van een samenwerkingsverband ondertekenen de samenwerkingsovereenkomst.

Hoogte subsidie

  • Het subsdidieplafond voor 2019 was € 1,5 miljoen.
  • Het minimale bedrag van de subsidieaanvraag is € 25.000 per zorgaanbieder.
  • De subsidie voor de modules PGO en eOverdracht bedraagt maximaal € 200.000 per module.
  • De projectleider van een samenwerkingsverband ontvangt € 25.000 voor de coördinerende werkzaamheden.
  • Als de subsidie is toegekend wordt deze in maandelijkse termijnen overgemaakt.

Verantwoorden

Aan het eind van het project moet over de subsidie verantwoording worden afgelegd. De manier waarop hangt af van de hoogte van de subsidie.

Subsidiebedrag per zorgaanbieder: tussen € 25.000 - € 125.000
DUS-I doet de eindbeoordeling. Hierbij wordt:

  • het eindrapport beoordeeld;
  • een mogelijk (steekproefsgewijs) werkbezoek aan de zorginstelling uitgevoerd;
  • beoordeeld of de resultaten zijn behaald en de ICT-oplossingen generiek toepasbaar zijn. Lees hierover meer onder het kopje 'Aanvraagcriteria'.

Subsidiebedrag per zorgaanbieder: boven € 125.000
DUS-I doet de eindbeoordeling. Hierbij wordt:

  • het eindrapport beoordeeld;
  • een mogelijk (steekproefsgewijs) werkbezoek aan de zorginstelling uitgevoerd;
  • beoordeeld of de resultaten zijn behaald;
  • bekeken of er een accountsverklaring over de kostenverantwoording is;
  • met een IT-audit vastgesteld of de ICT-investering voldoet aan de geplande doelstelling en de ICT-oplossingen generiek toepasbaar zijn. Lees hierover meer onder 'Aanvraagcriteria'.

Als niet wordt voldaan aan de criteria kan (een deel van) de subsidie worden teruggevorderd.

Meer informatie

Lees voor meer informatie de subsidieregeling en de veelgestelde vragen.

Heeft u een andere vraag of wilt u graag ondersteuning of advies? Stuur dan een mail aan inzicht@minvws.nl.