Landelijke patiënten- en gehandicaptenorganisaties

Vanaf 2018 kan door landelijke patiënten- en gehandicaptenorganisaties alleen nog een instellingssubsidie worden aangevraagd. Voor de zogenaamde voucherprojecten worden geen vouchers meer verstrekt. De in 2017 verstrekte vouchers worden nog voor projecten gebruikt die in 2018 liepen en waarvan een deel een uitloop heeft tot in 2019.

Instellingen worden gestimuleerd om samen subsidie aan te vragen door te fuseren. Samenwerkingsverbanden hebben namelijk een stevigere positie naar hun achterban, zorgverzekeraars en de overheid. Daarom wordt bijna geen subsidie verstrekt aan kleine en nieuwe patiëntenorganisaties.            

Instellingssubsidie

Deze subsidie heeft als doel om lotgenotencontact organiseren, informatie te geven en de belangen te behartigen van patiënten en mensen met een handicap. Dit is een structurele subsidie die jaarlijks (opnieuw) kan worden aangevraagd. Er moet dan aan enkele voorwaarden worden voldaan.

De hoogte van de subsidie is vanaf 2019 maximaal € 45.000. Dit kan hoger worden als u met andere organisaties samenwerkt. Er is geen minimumbedrag. U kunt aanspraak maken op een aanvulling van € 10.000 bij een uitbesteding of samenvoeging van de backoffice activiteiten.

Aanvragen

Tot 1 oktober 2018 konden instellingen een subsidieaanvraag voor het jaar 2019 indienen. De aanvraagperiode is verstreken.

Afhandeling van uw aanvraag

Na uw aanvraag krijgt u een ontvangstbevestiging. Binnen 13 weken ontvangt u van ons per brief een besluit. U kunt bezwaar maken als u de subsidie niet krijgt toegekend.

Is uw aanvraag niet compleet of is de gegeven informatie onvoldoende? Dan vragen wij u om uw aanvraag aan te vullen. Hierdoor wordt de termijn voor afhandeling langer dan 13 weken.

Meldingsplicht bij afwijken van de aanvraag

Subsidies hebben een looptijd van een jaar. De activiteiten moeten uiterlijk 31 december zijn uitgevoerd. Als dit niet (geheel) lukt dan bent u verplicht om dit direct schriftelijk te melden (graag per e-mail). Geef duidelijk aan om welke activiteiten het gaat. Bij subsidies boven € 25.000 stuurt u een gewijzigde begroting mee.

Ook voor andere veranderingen geldt de meldingsplicht. Maak een melding als:

  • het blijkt dat niet alle backoffice taken in 2019 kunnen worden uitgevoerd (indien van toepassing);
  • de gesubsidieerde activiteiten niet tijdig kunnen worden uitgevoerd;
  • de gesubsidieerde activiteiten niet volledig kunnen worden uitgevoerd;
  • er sprake is van een onderbesteding;
  • u van plan bent om subsidiebedragen te verschuiven naar een andere activiteit;
  • u niet aan alle verplichtingen uit de verleningsbrief kunt voldoen;
  • u te maken heeft gehad met onvoorziene omstandigheden die gevolgen kunnen hebben voor de subsidie.

DUS-I kan de subsidie verlagen als u niet aan de meldingsplicht voldoet. Daarnaast kunt u, naast een terugvordering, ook een boete krijgen als u niet binnen het subsidiejaar een onderbesteding heeft gemeld.

Eigen bijdrage

Instellingen geven bij een subsidieaanvraag hoger dan € 25.000 aan of er sprake is van een eigen bijdrage. Bij de vaststelling van een verleende subsidie worden instellingen gehouden aan de begrote eigen bijdrage, ook als de gerealiseerde eigen bijdrage lager uitvalt.

De eigen bijdrage is een bijdrage van de subsidieontvanger voor de te subsidiëren of gesubsidieerde activiteit. Dit zijn dus middelen van de organisatie zelf.

Bijvoorbeeld: In de subsidieaanvraag is een eigen bijdrage van € 5.000 opgenomen en zijn de begrote kosten € 50.000. Bij een verlening ontvangt de instelling € 45.000 aan subsidie.

Bij de vaststelling wordt aangegeven dat de gerealiseerde kosten € 48.000 zijn geweest en dat er geen eigen bijdrage is. De instelling wordt echter gehouden aan de eigen bijdrage uit de aanvraag. Dit betekent dat de instelling een bedrag van € 2.000 terug moet betalen: € 48.000 - € 5.000 = € 43.000. Er was € 45.000 verleend.

Subsidies verantwoorden

Instellingssubsidies

Subsidies tot € 25.000 worden ambtshalve vastgesteld. Wel kan het zijn dat uw organisatie in de steekproef valt. Er wordt dan contact met u opgenomen waarbij u gevraagd wordt aan te tonen dat de gesubsidieerde activiteiten zijn uitgevoerd.

Organisaties met een subsidie van € 25.000 tot € 125.000 moeten na afloop een verantwoording indienen met het formulier vaststelling VWS-subsidie. Dit moet voor 3 juni 2019.

Organisaties met een subsidie van € 125.000 of meer moeten na afloop een verantwoording indienen met het formulier vaststelling VWS-subsidie. Daarbij moet u ook een activiteitenverslag, een financieel verslag, een controleverklaring en een Rapport van feitelijke bevindingen meesturen. Dit doet u via het online subsidieportaal. Binnen 22 weken ontvangt u van ons per brief een besluit.

Voucherprojecten

In 2018 zijn de meeste voucherprojecten afgerond. Aan enkele instellingen is een verlenging van de uitvoeringsperiode verleend. Voor deze instellingen wordt voor het laatst een voortgangsrapportage ingediend.

Is uw project eind 2018 afgerond? Dan moet u voor 3 juni 2019 een eindrapportage aanleveren. Deze bestaat uit het aanvraagformulier vaststelling projectsubsidie, een activiteitenverslag en een financieel verslag. We vragen u ook om een controleverklaring en een rapport van feitelijke bevindingen. Dit doet u via het online subsidieportaal. Binnen 22 weken ontvangt u van ons per brief een besluit.

Gebruik daarbij het correcte format:

U moet ook de gerealiseerde kosten onderbouwen en de verschillen met de begrote kosten toelichten. Bijvoorbeeld met facturen en betaalbewijzen. Als u subsidie wilt voor loonkosten van intern personeel, moet u een urenregistratie hebben bijgehouden.

Onderbouwing indirecte kosten bij factuur

Gaat het om indirecte kosten? Dan moet u in de administratie een onderbouwing opnemen bij de factuur. Voorbeelden van indirecte kosten zijn:

  • organisatiekosten;
  • indirecte personeelskosten;
  • huisvestingskosten;
  • kantoorkosten;
  • reiskosten;
  • algemene kosten;
  • infrastructurele kosten;
  • secretariaatskosten;
  • administratiekosten;
  • ICT-kosten.