Verantwoorden

U heeft tot 1 oktober 2020 de mogelijkheid de subsidie over 2019 te verantwoorden. Gebruik hiervoor de link die u begin februari 2020 per e-mail van ons heeft ontvangen. Als u geen mail heeft ontvangen, neem dan contact met ons op.

Voor het indienen van de verantwoording heeft u het accountantsprotocol 2019, een activiteitenverslag en een financieel verslag nodig. U mag uw verantwoording ook eerder dan 1 oktober 2020 bij ons indienen.

Afhankelijk van de hoogte van uw subsidie verantwoordt u op de volgende wijze:

  • Voor subsidies van € 125.000 en meer gebeurt dit aan de hand van een activiteiten­verslag en door een accountantsprotocol. De werknemers­vertegen­woordiging moet met het activiteiten­verslag hebben ingestemd. Download de instemmingsverklaring.
  • Voor een subsidie van € 25.000 tot € 125.000 gebeurt de verantwoording aan de hand van een verklaring inzake werkelijke kosten.
  • Voor een subsidie van minder dan € 25.000 hoeven geen stukken overlegd te worden, maar kunnen controles worden gedaan op basis van een steekproef.

Wijzigingen in het accountantsprotocol

Het accountantsprotocol 2019 is op enkele punten gewijzigd.

1. Naast de al bestaande wijzen van verantwoorden kunt u nu ook kiezen voor een standaard uurtarief met een vaste opslag. Die gaat uit van vast tarief incl. werkgeverslasten, plus een opslag van 30% voor overige kosten.

  • Voor ziekenhuizen en klinieken is het vaste tarief vastgesteld op € 30,77 (FWG 45 trede 6 incl 32% werkgeverslasten)
  • Voor UMC’s is het vaste tarief vastgesteld op € 33,41 (loonschaal 7 trede 7 incl 32% werkgeverslasten)

Zoals hierboven beschreven komt er nog een opslag 30% van overige kosten bovenop, waaronder:

  • Reiskosten
  • Materiaal en benodigdheden
  • Apparatuur/Werktuigen/Uitrusting
  • Adviesdiensten inzake ontwerpen van een cursus
  • Advieskosten inzake consult en bijstand
  • Algemene indirecte kosten voor de uren dat de deelnemers in opleiding bijwonen

2. Bij vaststellen uurtarief (tabel 2) optie 1 wordt een andere inschaling gehanteerd. Dit was FWG 40 en is nu FWG 45. Dit betekent dus dat er gebruik gemaakt kan worden van een hoger uurtarief dan in de vorige versie van het protocol.

3. Bij vaststellen uurtarief (tabel 2) is optie 3 nieuw. Er wordt door de instelling per medewerker een tarief berekend op basis van het genoten salaris, de sociale lasten werkgever en pensioenpremies werkgever. De andere personeelskosten worden als opslag hieraan toegevoegd. Deze opslag wordt als volgt bepaald: andere personeelskosten gedeeld door lonen en salarissen + sociale lasten + pensioenpremies waarbij alle elementen afleidbaar zijn uit de laatst goedgekeurde jaarrekening van de instelling.

4. Bij vaststellen bestede uren (tabel 2) optie 1 is nu specifiek aangegeven wat er in de opgave van medewerkers moet staan. Dit was voorheen minder concreet omschreven. U kunt nu kiezen om een gespecificeerde opgave te gebruiken met data, aantal uren en omschrijving activiteit c.q. bezochte opleiding. Deze opgave kan ook uit een (geautomatiseerd) urenregistratiesysteem komen of gebaseerd zijn op presentielijsten die door de medewerker en de opleider zijn getekend.

Activiteitenverslag

Dit is een verslag waar een werknemersvertegenwoordiging mee heeft ingestemd en waarvan de opbouw overeenkomt met de opbouw van het jaarplan, behorend bij het strategisch opleidingsplan en dat:

  • een overzicht bevat van het gerealiseerde jaarplan waarvoor subsidie is verstrekt;
  • de aard, omvang, duur en wijze van uitvoering beschrijft van het gerealiseerde jaarplan waarvoor subsidie is verstrekt;
  • de met het jaarplan gerealiseerde doelstellingen, resultaten of producten beschrijft;
  • voor zover van toepassing, beschrijft in hoeverre is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen, en
  • voor zover van toepassing, een vergelijking bevat van het gerealiseerde jaarplan met het voorgenomen jaarplan en een toelichting op de verschillen geeft.

Financieel verslag

Dit is een verslag dat:

  • volgens normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd, een zodanig inzicht geeft dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent de kosten en opbrengsten van het gerealiseerde jaarplan waarvoor de subsidie is verleend;
  • aansluit bij de begroting en de nodige informatie geeft om de subsidie vast te stellen;
  • per post is voorzien van een toelichting, en
  • vergezeld gaat van een controleverklaring, opgesteld door een accountant overeenkomstig een door de minister vastgesteld model met inachtneming van een door de minister vastgesteld accountantsprotocol.