Terwijl een groepje kinderen buiten kanoën en padellen, zitten ouders gezellig op het kantineterras een kop koffie te drinken. Een student met bardienst serveert ondertussen een nieuwsgierige wandelaar met een hondje, die vol verwondering de gloednieuwe kantine binnen is komen lopen. In een hoek van de ruimte zit een groepje senioren geanimeerd te kaarten. De sfeer doet eerder denken aan een gezellige buurtkroeg op een zomerse dag dan aan een sportkantine.

Sportverenigingen hebben een unieke functie in Nederland, zo illustreert Rob Woldberg, vrijwilliger bij Tennis- en padelvereniging De Hulk in Hoorn. “De sociale cohesie is eigenlijk net zo belangrijk als het sporten zelf.”

Handen ineen

De Hulk ligt in De Grote Waal, een wijk in het zuiden van Hoorn die lange tijd bekendstond als achterstandsbuurt. Ook de sportverenigingen ontsnapten niet aan de problemen in de wijk. Jeugdleden liepen weg en vrijwilligers werden steeds schaarser. De Hulk had op het dieptepunt nog geen 300 leden. Ook de nabijgelegen voetbal- en kanovereniging kampten met vergelijkbare uitdagingen.

Daarom besloten de verenigingen, samen met de gemeente, de handen ineen te slaan. Niet alleen de accommodaties moesten worden verbeterd; de sport moest weer een vanzelfsprekend onderdeel van de wijk worden. De investering kreeg een extra impuls toen De Hulk met steun van de BOSA-regeling de accommodatie kon vernieuwen en verduurzamen.

Beeld: © Getty Images / Dimensions

Buurtcafé

Een belangrijke stap was de aanleg van vier padelbanen. “Padel heeft de vereniging gered”, zegt Rob. De combinatie van tennis en padel bleek een schot in de roos. De vereniging groeide van minder dan 300 naar inmiddels ruim 600 leden. En de groei is niet alleen zichtbaar op de banen. De vereniging heeft inmiddels ruim honderd vrijwilligers en de kantine is bijna altijd open.

“Het is bijna een buurtcafé, een ontmoetingsplek voor jong en oud”, vertelt Rob. Iedere woensdag zit de ruimte vol met dertig tot vijftig mensen die komen bridgen, van wie lang niet iedereen lid is. Wandelaars kunnen door het hek het terrein op, hun hond meenemen en een kop koffie drinken. Voor buurtbewoners zijn er zelfs waterbakken voor honden en oplaadpunten voor elektrische fietsen. En als er activiteiten worden georganiseerd, is iedereen welkom.

“Dat sociale karakter is eigenlijk ook je functie als sportvereniging”, zegt Rob. Hij doet dan ook een dringend beroep op de politiek: “Je moet voorkomen dat het BOSA-budget op nul komt te staan. Doe het dan maar wat lager, maar zorg dat het niet verdwijnt.”

"De sociale cohesie is eigenlijk net zo belangrijk als het sporten zelf"

Bruisend

Ook in Hallum, een dorp van zo’n 2.700 inwoners in Friesland, draait het verenigingsleven inmiddels om meer dan sporten alleen. Daar is met Bruisend Hart Hallum een gezamenlijke accommodatie ontstaan voor onder meer de voetbalclub, de kaatsvereniging en de kleedruimte voor het zwembad. Het doel: verschillende verenigingen onder één dak brengen en zo niet alleen geld en energie besparen, maar vooral de leefbaarheid van het dorp versterken.

Het nieuwe gebouw werd in 2022 opgeleverd. De accommodatie was een enorme investering, waardoor verdere verduurzaming aanvankelijk moest wachten. In 2024 besloot het bestuur van Bruisend Hart alsnog werk te maken van die volgende stap. Met behulp van de BOSA werd een deel van de nieuwbouw en 40 procent van de kosten voor de verduurzaming gesubsidieerd.

Beeld: © Bruisend Hart Hallum

Buurtkantine

De eerste resultaten zijn veelbelovend. De energierekening, die eerder rond de 25.000 euro per jaar lag, lijkt terug te kunnen naar zo’n 5.000 tot 10.000 euro. “Die verduurzaming hadden we nooit alleen kunnen betalen”, vertelt vrijwilliger Wietske Terpstra. Maar misschien nog belangrijker dan de lagere energierekening is wat er binnen de muren van het gebouw is ontstaan. Waar de oude verenigingen zich vooral bekommerden om hun eigen leden, is de nieuwe accommodatie veel opener en toegankelijker. Iedereen trekt samen op. Zo is de voorheen rustige sportkantine inmiddels een gezellige  ontmoetingsplek geworden, vertelt Wietske.

De verenigingen delen niet alleen een gebouw, maar ook verantwoordelijkheid. Het pand is eigendom van een stichting waarin de huurders vertegenwoordigd zijn. Iedereen draagt bij aan het onderhoud en helpt elkaar waar nodig. “Het is eigenlijk van het hele dorp, van ons allemaal”, zegt Wietske. “Die verbondenheid was er voorheen nauwelijks.”

De sportverenigingen versterken elkaar daardoor. Voetballers gaan na het voetbalseizoen over op andere sporten en bij kaatsevenementen staat een groot deel van de voetbalclub langs de kaatsvelden. Bovendien verbindt een nieuw pad de accommodatie beter met het dorp. Door de reuring en dynamiek rond het nieuwe gezamenlijke gebouw is ook meer jeugd betrokken, van bardiensten tot bestuurlijke activiteiten. Hierbij leren ze wat er allemaal nodig is om een vereniging draaiende te houden.

Sociale samenhang

Volgens Wietske laat Hallum zien wat er kan gebeuren als je verder kijkt dan de sport alleen. “Je moet kijken naar het grotere plaatje.” Investeringen in sport leveren volgens haar niet alleen sportieve winst op, maar ook sociale samenhang, lagere energiekosten en een toekomstbestendige accommodatie. En dat heeft een positieve uitwerking op het dorp, vertelt Wietske. “De reacties van de bewoners zijn louter positief.”

Die maatschappelijke functie is precies waarom investeringen in sportaccommodaties verder reiken dan de vereniging zelf. In Hoorn groeiden niet alleen De Hulk, maar ook de voetbal- en kanovereniging. De kanovereniging had ooit nauwelijks jeugdleden en heeft er inmiddels zo’n vijftig tot zestig. In Hallum zijn de grenzen tussen de verschillende verenigingen steeds verder vervaagd.

Zonder BOSA

De verhalen uit Hoorn en Hallum staan niet op zichzelf. Uit een evaluatie van de BOSA blijkt dat de regeling voor veel sportverenigingen daadwerkelijk het verschil maakt. Zo ontvangt DUS-I jaarlijks duizenden aanvragen. Ter illustratie: NOC*NSF schat in dat van de ongeveer 20.000 Nederlandse sportverenigingen, de helft een eigen accommodatie heeft.

Van de aanvragers geeft 31 procent aan dat hun investering zonder BOSA niet mogelijk was geweest. Bij de aanvullende subsidie voor verduurzaming zegt 35 procent dat zij de duurzame investering waarschijnlijk zonder de regeling niet hadden gedaan. De BOSA zorgt daarmee niet alleen voor betere en betaalbare sportaccommodaties, maar maakt ook investeringen mogelijk die anders niet van de grond zouden komen.

De BOSA is daarbij uiteraard niet de enige factor. Gemeenten, banken, sponsoren, andere fondsen en vooral de inzet van vrijwilligers zijn minstens zo belangrijk. Maar de subsidie kan wel het zetje geven dat nodig is om een investering mogelijk te maken. Bij De Hulk werd een groot deel van de verduurzaming met BOSA-geld gerealiseerd: inmiddels liggen er 54 zonnepanelen, is er een batterij van 100 kWh en zijn er warmtepompen geplaatst. De vereniging is volledig van het gas af en de stookkosten zijn meer dan gehalveerd.

“Zonder BOSA had dit inderdaad nooit gekund”, bevestigt Rob. Maar zijn verhaal gaat uiteindelijk over meer dan zonnepanelen, padelbanen of een vernieuwde kantine. Het gaat over een plek waar kinderen sporten, senioren kaarten, buurtbewoners elkaar ontmoeten en vrijwilligers samen verantwoordelijkheid nemen. Precies daarin schuilt volgens Rob de kracht van de Nederlandse sportvereniging. “De hele buurt trekt zich eraan op.”

Website: TPV de Hulk
Website: Bruisend Hart Hallum