De subsidieregeling Landelijk dekkend netwerk onderwijsregio’s 2025 verplicht de penvoerder om het aantal studenten en zij-instromers in schooljaar 2023/2024 te registreren. Deze administratie moet zorgvuldig en controleerbaar zijn. Na afloop van de activiteiten (kalenderjaar 2025) levert de penvoerder uiterlijk 14 februari 2026 een rapportage en de studentenadministratie in. Wij controleren of de opgegeven aantallen overeenkomen met de administratie en of de studenten zijn opgeleid op (aspirant-)opleidingsscholen binnen de onderwijsregio. Deze handreiking verduidelijkt wat moet worden bijgehouden en biedt tips voor een goede inrichting van de administratie.
Voor de nieuwe meerjarige subsidieregeling Landelijk dekkend netwerk onderwijsregio’s 2026-2029 geldt ook een administratieverplichting. In deze nieuwe regeling zijn definities en voorwaarden ten aanzien van het samen opleiden gewijzigd waardoor ook de eisen ten aanzien van de administratie iets anders zijn. Daarom hebben we voor de nieuwe regeling een aparte handreiking opgesteld.
Minimale eisen administratie
Studentnummer of unieke code
Volgens de definitie van ‘student’ volgens de Regeling tegemoetkoming kosten opleidingsscholen 2019 (versie 25 april 2023).
Deze is in de regeling voor 2025 iets anders dan in de meerjarige regeling. In de meerjarige regeling is de definitie vereenvoudigd en verruimd waardoor er meer studenten meegeteld kunnen worden. Dit geldt echter nog niet voor de studenten in het schooljaar 2023-2024. Voor hen moet u nog bovenstaande definitie uit de regeling 2025 te hanteren.
Neem geen namen of andere persoonsgegevens op in de administratie die u ons toestuurt. Omdat we wel de studenten moeten kunnen identificeren en inzicht willen krijgen in unieke studenten en zij-instromers, raden we aan te werken met een studentnummer of een (fictieve) unieke code. Op deze wijze kunt u dubbeltellingen voorkomen.
Optioneel kunt u in de administratie ook de ‘categorie’ van de student/zij-instromer opnemen: student van lerarenopleiding, educatieve module, educatieve minor of zij-instromer.
Optioneel kunt u de opleiding die de student volgt in de administratie opnemen
Vestigingen
Vermeld de vestigingen van de opleidingsscholen en aspirant-opleidingsscholen binnen de onderwijsregio waar u de student/zij-instromer heeft opgeleid.
Alleen studenten en zij-instromers die zijn opgeleid op vestigingen van opleidingsscholen en aspirant-opleidingsscholen kunnen meetellen.
De administratie moet inzichtelijk maken op welke vestiging(en) van de (aspirant-)opleidingsscholen de student/zij-instromer is begeleid.
Hanteer bij deze vestigingen (ook) de in de RIO vastgelegde gegevens. Bij vestigingen po/vo gaat het om het BRIN6 (00XX00). Bij mbo-vestigingen om de instellingscode (100X999). De (persoons)gegevens van de bestuurder zijn geen onderdeel van de administratie.
Bij de subsidieaanvraag voor Landelijk dekkend netwerk onderwijsregio’s 2025 zijn deze gegevens al doorgegeven:
Een opsomming van deelnemende opleidingsscholen of aspirant-opleidingsscholen met projectnummers.
Per bevoegd gezag de naam, nummer en vestigingsnummer zoals vastgelegd in de RIO.
Lerarenopleiding
De lerarenopleidingen die zijn opgegeven in uw aanvraag voor de subsidieregeling Landelijk dekkend netwerk onderwijsregio’s voor kalenderjaar 2025.
Schooljaar 2023/2024
Een schooljaar is het tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli van het daaropvolgende kalenderjaar.
Een student/zij-instromer kan in schooljaar 2023-2024 maar eenmaal meetellen voor het subsidiebedrag van € 1.250 euro.
Idealiter maakt de administratie inzichtelijk wat de begin- en einddatum van de praktijkperiode van de student/zij-instromer is geweest. Dit is niet verplicht en hoeft ook niet datumspecifiek (maar kan bijv. ook op maand of semesterniveau). Inzicht in de duur van de praktijkperiode kan de onderwijsregio helpen in het voorkomen van dubbeltellingen in het geval de student/zij-instromer op verschillende vestigingen van (aspirant-)opleidingsscholen binnen dezelfde onderwijsregio is opgeleid en begeleid.
In het geval een student/ zij-instromer op verschillende vestigingen van (aspirant-) opleidingsscholen in verschillende onderwijsregio’s is opgeleid en begeleid is het van belang dat dit blijkt uit de administratie. U kunt een student/zij-instromer niet dubbel meetellen.
Vragen en antwoorden
Het aantal studenten en zij-instromers dat u in 2023-2024 heeft opgeleid op vestigingen van opleidingsscholen of aspirant-opleidingsscholen binnen de onderwijsregio tellen mee in de aanvraag van een onderwijsregio. Het gaat hier om studenten en zij-instromers die hun opleiding op de werkplek volgen binnen een (aspirant-)opleidingsschool. De verschillende soorten studenten/zij-instromers die ook onder de TKO-regeling meegeteld werden en aan de verschillende eisen voldoen, tellen mee voor het aantal SO&P-studenten. In het aanvraagformulier heeft de penvoerder de verschillende soorten studenten en zij-instromers ingevuld. De betreffende lerarenopleiding(en) van de (aspirant-) opleidingsschool is deelnemende partij van de onderwijsregio.
Ja, dit kan als de vestigingen van een opleidingsschool over meerdere onderwijsregio’s zijn verdeeld. Een vestiging kan namelijk maar in één onderwijsregio voorkomen. Het aantal SO&P-studenten van de opleidingsschool is dan verdeeld over meerdere onderwijsregio’s. Het geld gaat in dat geval naar de verschillende onderwijsregio’s. Binnen een onderwijsregio kunt u afspraken maken over de verdeling van geld voor de opleidingsscholen.
Bij de subsidieaanvraag heeft de penvoerder van de onderwijsregio een opsomming van deelnemende opleidingsscholen of aspirant-opleidingsscholen met projectnummers doorgegeven. Ook zijn de samenwerkingsovereenkomsten van de deelnemende opleidingsscholen en aspirant-opleidingsscholen aangeleverd. Zijn er wijzigingen in de partijen die zijn aangesloten bij een (aspirant-)opleidingsschool? En moet de samenwerkingsovereenkomst worden aangepast? Meldt dit ons via het contactformulier. En stuur in kalenderjaar 2025 een bijgewerkte samenwerkingsovereenkomst naar ons toe.
In de TKO-regeling was opgenomen dat scholen onder het basistoezicht van de Inspectie van het Onderwijs moeten vallen. Dit betekende concreet dat als een school of afdeling zwak of zeer zwak was, dat deze school of afdeling geen deel mocht uitmaken van het partnerschap. Deze scholen vallen namelijk niet onder het basistoezicht van de Inspectie van het Onderwijs. Studenten (alle varianten voltijd, deeltijd met of zonder aanstelling) die daar worden opgeleid mag u niet meetellen voor de bepaling van de hoogte van de subsidie.
Een student/zij-instromer die u op een (aspirant-)opleidingsschool heeft opgeleid en begeleid volgens de systematiek van Samen Opleiden kan per schooljaar maar eenmaal meetellen voor het subsidiebedrag. Als een student/zij-instromer gedurende schooljaar 2023-2024 op meerdere vestigingen van de (aspirant-)opleidingsschool een leerwerkplek heeft gehad, is het belangrijk hier duidelijkheid over te geven in de administratie. Dit kan bijvoorbeeld door de betreffende student/zij-instromer dan bij beide vestigingen voor 0,5 mee te tellen.
Aandachtspunt zijn studenten/zij-instromers van (aspirant-)opleidingsscholen die deelnemen in meerdere onderwijsregio’s. En die een deel van schooljaar 2023-2024 op een vestiging in de ene onderwijsregio opgeleid en begeleid worden en een ander deel van schooljaar 2023-2024 op een vestiging in een andere onderwijsregio. U heeft de verantwoordelijk om dit goed in de administratie op te nemen. Ons advies is om dit onderling af te stemmen. Dit kan bijvoorbeeld door de student bij beide onderwijsregio’s voor 0,5 mee te tellen en aan te geven dat deze student ook opgenomen is in administratie van een andere vestiging en andere onderwijsregio.
Gedurende een schooljaar stoppen studenten en zij-instromers met Samen Opleiden, soms ook al na een korte periode. Of stappen studenten over naar een andere vestiging binnen of buiten de onderwijsregio. Het advies is om met elkaar binnen de opleidingsinfrastructuur van de onderwijsregio afspraken te maken over hoe om te gaan met deze ‘studentbewegingen’. Ook is het wenselijk dat onderwijsregio’s elkaar informeren over ‘studentbewegingen’ tussen de onderwijsregio’s.
Bij de subsidieaanvraag heeft de penvoerder van de onderwijsregio een opsomming van deelnemende opleidingsscholen of aspirant-opleidingsscholen met projectnummers doorgegeven. Ook zijn de samenwerkingsovereenkomsten van de deelnemende opleidingsscholen en aspirant-opleidingsscholen aangeleverd. Zijn er wijzigingen in de partijen die zijn aangesloten bij een (aspirant-)opleidingsschool? En moet de samenwerkingsovereenkomst worden aangepast? Meldt dit ons via het contactformulier. En stuur in kalenderjaar 2025 een bijgewerkte samenwerkingsovereenkomst naar ons toe.
Studenten en zij-instromers die u op het niveau van het schoolbestuur heeft opgegeven, tellen niet mee in de administratie. Per student/zij-instromer is een gekoppelde vestiging nodig: het BRIN6 (00XX00) bij vestigingen po/vo en de instellingscode (100X999) bij mbo-instellingen.