Op deze pagina vindt u de samenvattingen van de toegekende projecten van de eerste aanvraagronde RIF 2026.
RIF26001 - Nimeto
Visuele Meesters is een publiek-private samenwerking (PPS) opgezet door vakschool Nimeto Utrecht en een brede groep bedrijfs- en branchepartners binnen de standbouw-, decorbouw en sign sector. Het project wordt ondersteund vanuit het Regionaal Investeringsfonds mbo (RIF) en heeft als doel het creëren van toekomstbestendig, flexibel en praktijkgericht mbo-onderwijs in deze creatieve sectoren.
Aanleiding en urgentie
Alle drie de branches kampen met ernstige personeelstekorten. Daarnaast verandert de sector snel door technologische innovaties (zoals digital signage), verduurzaming, en de opkomst van de beleveniseconomie. Door vergrijzing en ontgroening neemt het aantal mbo-studenten bovendien structureel af, wat extra druk zet op de instroom van goed opgeleid personeel.
Hoofddoel
Het ontwikkelen van aantrekkelijk, flexibel en gepersonaliseerd onderwijs dat aansluit bij zowel de wensen van studenten als de behoeften van het werkveld. Hierbij staat samenwerking met het bedrijfsleven centraal om instroom te vergroten, vakmanschap te versterken en arbeidsmarktkansen te verbeteren.
Kernactiviteiten (werkpakketten)
1. Behoefteanalyse en opleidingsinventarisatie: Het in kaart brengen van benodigde kennis en vaardigheden, en het analyseren van hiaten in het huidige aanbod.
2. Imago en instroom verhogen: Verbeteren van bekendheid en aantrekkelijkheid van opleidingen en branches via voorlichting, promotie en samenwerking met het bedrijfsleven.
3. Ontwikkelen opleidingen en modules: Nieuwe opleidingen voor standbouwer (N2) en specialist decorbouwer (N4), alsook doorontwikkeling van bestaande modules en keuzedelen.
4. Contextrijke leeromgeving: Realisatie van leeromgevingen bij Nimeto en bedrijven die aansluiten bij de beroepspraktijk, met gepersonaliseerd en flexibel onderwijs.
5. Professionalisering (gast)docenten: Training en ontwikkeling van docenten en praktijkopleiders voor bijvoorbeeld didactiek.
6. Community of Practice: Een structureel kennisplatform voor samenwerking en kennisdeling tussen onderwijs, bedrijven en brancheorganisaties.
Partnerschap
Meer dan 20 organisaties zijn actief betrokken, waaronder brancheverenigingen (CLC-VECTA, Si’bon), bedrijven uit alle drie de sectoren, en Nehem als projectondersteuner. Door hun kleinschalige karakter is samenwerking essentieel, en dankzij korte lijnen is er veel onderling vertrouwen.
Onderwijsinnovatie
Het project speelt actief in op trends als digitalisering, duurzaamheid, microlearning, en gepersonaliseerd leren. Studenten worden opgeleid tot creatieve, wendbare vakmensen die voorbereid zijn op een dynamische arbeidsmarkt. Er is aandacht voor levenslang leren (LLO), hybride docentschap, en nieuwe werkvormen zoals gamification en maker spaces.
Impact
De verwachte impact omvat: - Een verdubbeling van de instroom in de opleidingen; - Ten minste 12 praktijkmodules ontwikkeld; - Inrichting van fysieke en digitale leeromgevingen; - Realisatie van duurzame samenwerking met minimaal 10 regionale bedrijven; - Structurele verankering van de samenwerking in een businessplan voor na de subsidieperiode.
Visuele Meesters levert hiermee een structurele bijdrage aan het verbeteren van het mbo onderwijs en de arbeidsmarktpositie van drie belangrijke, maar kwetsbare creatieve sectoren.
RIF26003 - ROC van Amsterdam-Flevoland
Opschaling RIF UST – We Move Amsterdam
De Urban Sport Trainer-opleiding (UST) heeft in de eerste RIF-aanvraag een stevig fundament gelegd voor een vernieuwende manier van opleiden. Deze aanpak, gericht op praktijkgericht leren, maatschappelijke impact en aansluiting bij de leefwereld van jongeren, wordt inmiddels succesvol toegepast binnen sportopleidingen en wordt in de opschaling uitgebreid naar eventopleidingen en combinaties met zorg en welzijn. Ondanks de bewezen kracht van het concept blijft de instroom in sportopleidingen achter. De arbeidsmarkt vraagt om nieuwe professionals, variërend van zweminstructeurs tot urban sportcoaches en sport-bso-medewerkers. Ouders en jongeren twijfelen echter aan het perspectief binnen de sector, waardoor een gerichte en toekomstbestendige aanpak noodzakelijk is.
De arbeidsmarkt verandert bovendien snel. Er is steeds meer behoefte aan ondernemende, creatieve professionals die kunnen werken met stedelijke doelgroepen, multidisciplinair kunnen handelen en sport- en technologische innovaties kunnen toepassen. De opschaling van UST richt zich daarom op het opleiden van een nieuwe generatie beroepskrachten die deze vaardigheden beheerst.
In deze tweede fase wordt het onderwijsconcept verder verdiept en verbreed, in nauwe samenwerking met een breed netwerk van partners. Door middel van co-creatie sluiten onderwijs, werkveld en gemeenten direct aan op actuele stedelijke uitdagingen zoals bewegingsarmoede, de voetbal- en zwemagenda van Amsterdam en de behoefte aan pedagogisch sterke sportprofessionals.
Partners
Onderwijsinstellingen:
Hogeschool van Amsterdam – Faculteit Gezondheid, Sport en Bewegen; Stichting Voortgezet Onderwijs van Amsterdam; Huygens College; Stichting Openluchtscholen voor het Gezonde Kind.
Bedrijfsleven & Organisaties:
Griffioen Outdoor, House of Urban Sports, Sciandri Sportstimulering BV, Funtrax, Ludios BV, RAI Amsterdam BV, Ninja Academie BV, Sportsgen BV, Ubuntu Sport BV, Blokblending, Stichting Combiwel Amsterdam Holding, Stichting Triple Threat, Amsterdamsche Football Club, ASC SDW.
Gemeenten:
Gemeente Amsterdam (Sport & Bos) en Gemeente Almere (Onderwijs, Sport en Cultuur).
Werkpakketten
• WP0: Projectorganisatie
• WP1: Onderwijsconcept Urban Sport 2.0
• WP2: Productenlijn Urban Sport 2.0
• WP3: Doorlopende leerlijn
Het UST-concept blijft leidend: studenten krijgen eigenaarschap over hun leerroute, leren in de praktijk en bouwen mee aan een curriculum dat vanaf het begin in co-creatie ontstaat met partners.
Doelstellingen
De opschaling richt zich op het verder ontwikkelen van het UST-onderwijsconcept (studenten krijgen meer onderwijs op locatie, examinering doormiddel van lerend kwalificeren in de praktijk) en ook op het bouwen van nieuwe opleidingen samen met partners. Ook wordt het concept uitgebreid met de evenementenopleidingen. Challenges, vraagstukken uit het bedrijfsleven, worden verder doorontwikkeld tot structurele praktijkopdrachten. En er wordt gewerkt aan het ontwikkelen van een keuzedeel zorg in de sport en mogelijk uiteindelijk een dubbelkwalificatie sport/zorg.
Daarnaast wordt ingezet op het versterken van vaardigheden rondom omgaan met diverse stedelijke doelgroepen, het verankeren van praktijkgericht onderzoek en het integreren van sporttechnologie. Er wordt een partnerkeurmerk ontwikkeld voor duurzame samenwerking en met een doorlopende leerlijn VO–MBO–HBO worden soepele overstappen gecreëerd. Tot slot wordt de campagne Leven Lang Werken in de Sport gelanceerd en worden alumni actief betrokken als rolmodel en mentor.
We Move Amsterdam staat daarmee voor een gezamenlijke beweging waarin onderwijs, partners en stad samenwerken aan de sport, zorg en events professionals van de toekomst.
RIF26005 - Stichting ROC Midden Nederland
De autoschadeherstelbranche in Midden-Nederland staat onder dubbele druk: het tekort aan vakmensen is structureel, terwijl het vak technisch complexer wordt door elektrificatie, digitalisering en strengere kwaliteits- en veiligheidseisen. Dit vergroot de kloof tussen opleiding en werkvloer en zet zowel instroom als behoud van talent onder druk. In de praktijk blijken leerbedrijven bovendien niet altijd voldoende ruimte en capaciteit te hebben om bbl-studenten consequent te begeleiden en te beoordelen, wat kan leiden tot wisselende leeropbrengsten, vertraging en uitval. De sector heeft daarom behoefte aan een duurzame oplossing die instroom vergroot, kwaliteit van opleiden verhoogt en innovatie structureel verankert.
Met de RIF Autoschadeherstel Academy realiseren ROC Midden Nederland en partnerbedrijven daarom één centrale, toekomstgerichte leer- en werkplek waar moderne faciliteiten, praktijkgericht onderwijs en structurele samenwerking samenkomen. De Academy groeit uit tot dé regionale leer en ontwikkelplek voor autoschadeherstel, met als hoofddoel: voldoende (nieuwe) vakmensen opleiden én blijvend ontwikkelen, zodat de branche kan voldoen aan de blijvend hoge vraag naar gespecialiseerd technisch personeel. Studenten leren in een realistische, veilige werkplaatsomgeving waarin planbaar geoefend kan worden op kernvaardigheden én op nieuwe technieken. Daarmee wordt de overgang van school naar leerbedrijf korter en effectiever, worden leerbedrijven ontlast en ontstaat er een gezamenlijke standaard voor kwaliteit, begeleiding en beoordeling in de regio.
De aanpak is uitgewerkt in drie samenhangende speerpunten:
1. Actueel en praktijkgericht opleidingsaanbod
In het eerste projectjaar wordt met een werkveldadviescommissie de actuele en toekomstige praktijkbehoefte scherp opgehaald. Op basis hiervan worden onderwijsscenario’s uitgewerkt en getoetst, waarna één scenario wordt gekozen en vertaald naar een concreet didactisch ontwerp met leeruitkomsten, praktijkopdrachten en afspraken over begeleiding en beoordeling. Vanaf projectjaar 2 start een pilot en wordt het aanbod jaarlijks via een PDCA-cyclus doorontwikkeld.
2. Moderne en innovatieve scholingslocatie
Parallel wordt een locatiescan uitgevoerd en worden Programma van Eisen, ontwerp en onderwijslogistiek (roostering, groepsindeling, inzet begeleiding) uitgewerkt. Apparatuur en inrichting worden gefaseerd ingekocht, geïnstalleerd en gekeurd, zodat de Academy structureel “state-of-the-art” blijft voor hedendaags schadeherstel.
3. Professionalisering van docenten, instructeurs en leermeesters.
Begeleiding is een doorslaggevende succesfactor. Daarom worden via een nulmeting, gerichte trainingen en kennisdeelbijeenkomsten docenten, instructeurs en leermeesters toegerust om eenduidig, veilig en effectief te begeleiden. Het project stuurt op brede deelname vanuit de praktijk, zodat verbeteringen zichtbaar landen op de werkvloer.
De beoogde resultaten zijn concreet: een functionerende Academy (beoogde start schooljaar 2027/2028), een actueel en doorlopend verbeterd opleidingsconcept, een modern ingerichte locatie, én aantoonbaar sterkere begeleiding en leeropbrengst. Monitoring vindt plaats via een dashboard en periodieke evaluaties (studentenpanels, voortgangsrapportages en midterm review). Tot slot wordt borging uitgewerkt in een meerjarig exploitatie- en organisatieplan (2028–2032), zodat de Academy ook na de RIF-periode duurzaam kan worden voortgezet en doorontwikkeld.
RIF26007 - Stichting Regionaal Opleidingen Centrum Rivor
CircuLEREN 2.0 is een publiek-private samenwerking in de regio Rivierenland met als doel (toekomstige) medewerkers duurzaam inzetbaar te maken door het ontwikkelen van sectoroverstijgende vaardigheden binnen leerwerkbedrijven in de dienstverlenende en technieksector. De aanpak is bedoeld om kwetsbare groepen – zoals jongeren zonder startkwalificatie, statushouders, zij-instromers en werkzoekenden – meer kans te bieden op duurzame arbeid en sluit aan bij de veranderende arbeidsmarkt waarin wendbaarheid, flexibiliteit en brede inzetbaarheid steeds belangrijker worden. De samenwerking is ontstaan vanuit de positieve ervaringen met CircuLEREN 1.0 en het besef dat traditionele onderwijstrajecten niet altijd passend zijn voor mensen met een niet-lineaire leer- of loopbaanroute.
De aanpak van CircuLEREN 2.0 bestaat uit vier samenhangende speerpunten.
• Binnen het speerpunt Proces worden voor diverse doelgroepen procesmodellen ontwikkeld en getest die het traject van instroom tot uitstroom structureren. In totaal worden minimaal acht pilots uitgevoerd, waarvan de resultaten worden gebundeld tot een overdraagbaar procesmodel.
• Binnen Sectoroverstijgende leerroutes worden praktijkgerichte leereenheden ontwikkeld die inspelen op actuele arbeidsmarktvraagstukken en aansluiten bij deelnemers met verschillende achtergronden. Deze routes leiden tot praktijkverklaringen, mbo-certificaten of diploma’s, en worden in minimaal acht pilots getest en geëvalueerd.
• Speerpunt Professionalisering richt zich op het bijscholen van praktijkcoaches, docenten en medewerkers van leerwerkbedrijven, zodat zij effectief kunnen begeleiden en inspelen op de leerbehoeften van diverse doelgroepen.
• Tot slot richt Verduurzaming zich op het structureel verankeren van CircuLEREN 2.0 in de regio via een draaiboek, quickscan en businessmodel voor CircuLEREN 3.0, en op de uitbreiding van het partnernetwerk.
De betrokken partners vertegenwoordigen onderwijs, bedrijfsleven en het sociaal domein. Onderwijsinstellingen zijn ROC Rivor (penvoerder), Hét KWC en Stichting Oosterwijs. Vanuit het bedrijfsleven doen o.a. Van der Valk Hotel Tiel, Ziekenhuis Rivierenland, Zorgcentra De Betuwe, Bouwmensen, ‘s Heeren Loo en Het Goed mee. Werkzaak Rivierenland en Stichting Helpende Handen Nederland dragen bij vanuit hun expertise op arbeidstoeleiding en sociale activering. Nehem ondersteunt bij projectmanagement, strategisch advies en structurele borging. Samen vormen zij een brede PPS waarin wordt geïnvesteerd in toekomstbestendig leren en werken.
De doelgroep van CircuLEREN 2.0 bestaat uit studenten op mbo-niveau 1 en 2, vo-leerlingen, vso/pro-leerlingen, jongeren zonder diploma, werkzoekenden en zij-instromers. De leertrajecten zijn modulair en flexibel, en stellen deelnemers in staat om op hun eigen tempo civiel erkende resultaten te behalen. Praktijkcoaches spelen een centrale rol in de begeleiding en verbinding tussen onderwijs, werkplek en sociaal domein. Door te werken via pilots, leersessies en praktijkgericht onderzoek ontstaat een adaptieve en overdraagbare aanpak die bijdraagt aan een inclusieve, wendbare en veerkrachtige arbeidsmarkt in Rivierenland.
RIF26008 - Stichting ROC Aventus
De publiek-private samenwerking Veiligheidsprofessional van de Toekomst heeft als doel om meer en beter opgeleide veiligheidsprofessionals af te leveren die beschikken over actuele technologische, digitale en praktijkgerichte vaardigheden. De PPS wil de groeiende vraag naar vakbekwame medewerkers in de veiligheidssector opvangen door het onderwijs te vernieuwen, de begeleidingscapaciteit in het werkveld te vergroten en de samenwerking tussen onderwijs, overheid en bedrijfsleven structureel te versterken. Hiermee wordt het mogelijk om jaarlijks meer studenten op te leiden én de kwaliteit en relevantie van het veiligheidsonderwijs duurzaam te verhogen.
De veiligheidssector staat onder druk door geopolitieke spanningen, terrorisme, georganiseerde criminaliteit en toenemende cyberdreigingen. Nederland is sterk afhankelijk van digitale infrastructuur en organisaties zoals Politie, Defensie, KMar, brandweer en particuliere beveiliging kampen met grote personeelstekorten en vergrijzing. De vraag naar goed opgeleide veiligheidsprofessionals stijgt sneller dan het aanbod.
Ondertussen groeit ook de belangstelling voor mbo-veiligheidsopleidingen, maar door een tekort aan stage- en begeleidingscapaciteit in het werkveld geldt een numerus fixus. Hierdoor kunnen jaarlijks veel geïnteresseerde studenten niet instromen. Daarnaast sluit het huidige curriculum onvoldoende aan op technologische ontwikkelingen zoals cobotisering, drones, smart data en AI. De sector vraagt om professionals die wendbaar zijn, digitaal vaardig, kritisch kunnen denken en kunnen werken in een steeds complexer veiligheidsdomein.
De regio Stedendriehoek is een logische plek voor deze PPS: er is een hoge concentratie aan veiligheidsorganisaties, zoals Defensie, Politieacademie, VNOG, NIPV en CVD. Samen met onderwijsinstellingen (vo, mbo en hbo) en private beveiligingsbedrijven ontstaat een krachtige en complete keten om de sector toekomstbestendig te maken.
Partners binnen deze PPS: Aventus, Graafschap College, Rijn IJssel, Saxion, Veluwse Onderwijsgroep, Isendoorn College, Politieacademie, NIPV, Politie Oost-Nederland, KMar, OOCL, VNOG, CVD, gemeente Apeldoorn, Vigilat, First Line Group en SPV.
De RIF-aanvraag werkt met vier samenhangende programmalijnen: Om deze doelen te realiseren zijn vier programmalijnen uitgewerkt:
1. Onderwijsinnovatie: doorontwikkeling van bestaande opleidingen door integratie van sleuteltechnologieën in mbo-opleidingen zoals Beveiliger, Publieke Veiligheid en informatiebeveiliger en het creëren van een doorlopende leerlijn.
2. Arbeidsmarktgericht opleiden: intensieve samenwerking met regionale onderwijspartners en veiligheidsorganisaties door het opzetten van learning community’ s, levensechte opdrachten en het creëren van een innovatie lab.
3. Onderzoek en kennisdeling: samenwerking met lectoraten en de opzet van een practoraat gericht op praktijkgericht onderzoek en kennisverspreiding binnen het mbo.
4. Professionalisering: Docentstages en kort cyclische trainingen voor docenten, praktijkopleiders en medewerkers in het gebruik van nieuwe technologieën en onderwijsinnovaties
Doelgroepen van de PPS zijn:
• mbo-studenten in de opleidingen Beveiliger, Publieke Veiligheid en Informatiebeveiliging
• studenten die keuzedelen volgen op het gebied van cyber, drone-toepassingen en cameratoezicht
• docenten, praktijkopleiders en medewerkers uit de veiligheidssector
• professionals uit publieke en private veiligheidsorganisaties
Het project wordt structureel ingebed in het onderwijs en organisatorisch verankerd binnen het Centrum voor Veiligheid en Digitalisering. Daarnaast wordt gewerkt aan een toekomstbestendig businessmodel voor het innovatielab, het practoraat en professionaliseringsactiviteiten. De partners hebben uitgesproken de samenwerking na afloop van de subsidieperiode voort te zetten.
Met deze RIF-aanvraag wordt de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt versterkt, technologische en professionele innovatie gestimuleerd.
RIF26010 - ROC Summa College
De groei van de hightechsector heeft directe gevolgen voor de arbeidsmarktvraag in de transport en logistieksector. Er is een toenemende behoefte aan goed opgeleide vakmensen op niveau 2, 3 en 4 met een focus op BBL-opleidingen, met name in productielogistiek. De sector staat voor diverse uitdagingen, denk aan een daling van het aantal mbo-studenten in logistieke opleidingen en veranderende vaardigheden die nodig zijn voor werknemers in de sector. Deze PPS richt zich daarom op het opschalen van bestaande samenwerking tussen verschillende onderwijsinstellingen, bedrijven en partners in de Brainport-regio om de transport- en logistieke sector te versterken door middel van onderwijsinnovatie, werving, professionalisering en kennisdeling.
De hoofddoelstellingen van het project zijn:
• Versterken en uitbouwen van de PPS met meer bedrijven en partners (opschalen: verbreden en verdiepen)
• Vergroten van de kennis en vaardigheden van studenten zodat ze productiever worden, met name op productielogistiek om zo de arbeidskrapte in de sector tegen te gaan en bij te dragen aan de schaalsprong in de regio (verdiepen);
• Slim werven van meer studenten en instromers uit andere sectoren en doelgroepen (in regulier bekostigde BBL-opleidingen) om zo de arbeidskrapte in de sector tegen te gaan en bij te dragen aan de schaalsprong in de regio (verbreden);
• Vergroten van de kennis en vaardigheden van docenten en praktijkbegeleiders in de Transport- & Logistieksector. Daarnaast ook van medewerkers in de Transport- & Logistieksector (Leven Lang Ontwikkelen, niet subsidiabel).
• Het versterken van het onderzoekend vermogen binnen de opleidingen en de Transport- en Logistieksector.
Het project is onderverdeeld in verschillende programmalijnen, waaronder:
• Projectmanagement
• Innoveren van het onderwijs: Focus op het ontwikkelen van hybride leeromgevingen en praktijkgerichte uitdagingen.
• Slimmer werven: Gericht op het aantrekken van studenten en instromers uit andere doelgroepen.
• Professionaliseren van docenten en praktijkopleiders: Trainingen en masterclasses voor docenten en praktijkbegeleiders.
• Learning Community: Kennisdeling en onderzoeksprojecten om de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt te verbeteren.
Onder de programmalijnen zijn specifieke activiteiten gepland, zoals het opstarten van hybride leeromgevingen bij bedrijven, het ontwikkelen van praktijkgerichte challenges voor studenten en het organiseren van wervingscampagnes gericht op diverse doelgroepen. Een belangrijk aspect van het project is de verduurzaming van de samenwerking en activiteiten. Dit omvat het ontwikkelen van een businessmodel dat na de subsidieperiode kan worden voortgezet, en het waarborgen van de kwaliteit van het onderwijs door voortdurende evaluatie en aanpassing aan de behoeften van de sector.