Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Directie Emancipatie) is voornemens de subsidieregeling gender- en lhbti+-gelijkheid 2022-2027 te vernieuwen voor de periode 2027-2032. Met deze schriftelijke stakeholder uitvraag vragen wij u om input ter voorbereiding en vormgeving van deze nieuwe subsidieregeling.

De uitvraag bestaat uit een toelichting op de aanleiding voor deze regeling en een korte beschrijving van de huidige regeling. Daarna beschrijven we mogelijke wijzigingen in de regeling, en vragen waarop we graag input ontvangen. We nodigen u uit om vóór 16 februari om 12.00 uur uw reactie te sturen naar subsidieregelingemancipatie@minocw.nl. Dit mag ook als u slechts een deel van de vragen beantwoordt.

Om de deelname te vergemakkelijken organiseren wij op 3 februari van 15.00 tot 16.00 uur en 10 februari van 15.00 - 16.00 uur online contactmomenten waarbij u verduidelijkende vragen kunt stellen. Hiervoor sturen wij op uw verzoek een online vergaderverzoek via de e-mail.

In het najaar van 2026 organiseren wij naar verwachting een informatiebijeenkomst waarin we de definitieve subsidieregeling presenteren en toelichten. U ontvangt hiervoor een uitnodiging als u toestemming geeft om uw contactgegevens te bewaren. Deze stakeholder uitvraag betreft een consultatieronde. Aan de uitvraag kunnen geen rechten of verplichtingen worden ontleend.

Aanleiding

Op 1 januari 2027 vervalt de huidige subsidieregeling van de directie Emancipatie (DE) van OCW. De uitvoering van de regeling loopt nog tot eind 2027. Ondersteuning van het maatschappelijk middenveld vanuit de Rijksoverheid blijft nodig om toe te werken naar gendergelijkheid en lhbtiq+-gelijkheid. Daarom wordt er ingezet op een nieuwe regeling met een looptijd van 5 jaar. De opzet van deze regeling zal grotendeels overeenkomen met de huidige regeling.

Het emancipatiebeleid is in grote mate gebaseerd op ontwikkelingen in de samenleving en bewegingen uit het maatschappelijk middenveld. Met deze stakeholder uitvraag wordt daarom input verzameld om te zorgen dat de nieuwe regeling goed aansluit bij de behoeften in het veld en de samenleving én bij het emancipatiebeleid van OCW. De subsidieregeling is er namelijk voor het in stand houden en versterken van een emancipatie-infrastructuur, en voor het bijdragen aan realisatie van gendergelijkheid en lhbtiq+ gelijkheid in de Nederlandse samenleving op verschillende terreinen.

Het beleidsprogramma van DE is doorgaans uitgelegd in de emancipatienota en in de OCW-beleidsprioriteiten.

Huidige regeling

De huidige subsidieregeling kent twee soorten subsidies: instellingssubsidies en projectsubsidies.

Instellingssubsidies worden eenmalig voor een periode van vijf jaar verleend en kunnen alleen bij aanvang van de subsidieperiode worden aangevraagd. Projectsubsidies lopen korter en kunnen gedurende de hele termijn van de subsidieregeling worden aangevraagd.

Voor de instellingssubsidies geldt dat het maatschappelijk middenveld gevraagd werd samenwerkingen aan te gaan in allianties op een aantal overkoepelende onderwerpen, die dan ondersteund door een op wetenschappelijke inzichten gebaseerde theory of change een aanvraag deden. Met de beste acht allianties werd een samenwerkingsovereenkomst aangegaan en werd aan hen een instellingssubsidie verleend voor de periode van vijf jaar. Er zijn ook twee instellingssubsidies verleend voor archiefinstellingen op het vlak van gendergelijkheid en lhbtiq+.

Projectsubsidies zijn bedoeld om te kunnen inspelen op actualiteiten én om ruimte te bieden voor vernieuwing. De kosten voor de uitvoering van projecten die in belangrijke mate bijdragen aan het realiseren van gender- en lhbtiq+-gelijkheid werden de afgelopen periode via deze weg gefinancierd.

Nieuwe regeling

De nieuwe regeling zal op hoofdlijnen voortbouwen op de huidige regeling. De positieve punten die uit eerdere evaluaties naar voren zijn gekomen willen we behouden. Zo heeft het werken met allianties geleid tot meer focus en stroomlijning, en tot minder versnippering van subsidiegeld. Het werken met de theory of change helpt bij het nadenken over gezamenlijke doelen en bij de voortgang in de uitvoering. In grote lijnen zijn zowel de maatschappelijke organisaties als OCW hier tevreden over. Dit positieve beeld, ook ten aanzien van doelmatigheid en doeltreffendheid, is in de Periodieke Rapportage Emancipatiebeleid 2018-2025 bevestigd. Tegelijkertijd zijn er uit verschillende evaluaties ook verbeterpunten gebleken. Dit komt onder meer voort uit de midtermreview die is uitgevoerd door Ecorys, een advies van het Intersectioneel Netwerk Co-creatie (INC) dat is uitgebracht op verzoek van de directie Emancipatie, en interne evaluaties.

Hieronder worden voorziene wijzigingen in de subsidieregeling voorgesteld, waarop wij u om uw mening vragen.

Aanpassingen en vernieuwing

  1. Duidelijkere sturing op type allianties

Met de nieuwe subsidieregeling beoogt OCW vooraf duidelijker in te kaderen voor welk type allianties er financiering beschikbaar is. OCW kan hiermee de allianties beter laten aansluiten bij haar beleidskaders. Hiermee wordt invulling gegeven aan een van de aanbevelingen van de midtermreview uit 2025.

De nieuwe inkadering wordt uitgewerkt aan de hand van een bredere beleidstheorie, die in navolging van de Periodieke Rapportage Emancipatiebeleid 2018-2025 wordt ontwikkeld voor het algehele emancipatiebeleid. Vooruitlopend hierop kunt u, op basis van de huidige stand van zaken, aangeven wat uw visie op de inkadering van de allianties is. OCW beoogt hiermee namelijk een betere inkadering te creëren die goed aansluit bij de behoeften van het maatschappelijk middenveld.

In de huidige subsidieregeling komt op twee plaatsen een inhoudelijke inkadering terug. Zo is in artikel 2.2, onder b gedefinieerd dat allianties bestaan uit maatschappelijke organisaties die zich inzetten ter bevordering van gendergelijkheid of lhbtiq+-gelijkheid op het terrein van onderwijs, veiligheid, gezondheid, arbeidsmarkt, media, politiek, recht of leefvormen. Daarnaast blijkt uit de toelichting van de huidige regeling dat met de regeling wordt ingezet op (i) het doorbreken van stereotype beeldvorming over mannelijkheid, vrouwelijkheid en relaties, (ii) het bevorderen van sociale acceptatie van gendergelijkheid en diversiteit aan seksuele oriëntatie, genderidentiteit of geslachtskenmerken, en (iii) het bevorderen van een machtsbalans en maatschappelijke representatie op basis van gendergelijkheid en diversiteit aan seksuele oriëntatie, genderidentiteit of geslachtskenmerken.

De wereld is sinds 2022 echter veranderd, bijvoorbeeld door de negatieve effecten van sociale media platforms en desinformatie, maar ook is er meer aandacht voor het probleem van geweld tegen vrouwen en bewustwording over de rol van mannen hier in. Het is daarom de vraag in hoeverre de huidige indeling van doelstellingen en thema’s nog actueel en volledig is. In uw reactie kunt u aangeven waar volgens u de inzet vanuit OCW het hardst nodig is. Om een duidelijkere prioritering en focus in het emancipatiebeleid aan te brengen, gegeven de middelen die beschikbaar zijn, overwegen we bovendien om het aantal allianties te verminderen.

Daarnaast overwegen wij het onderscheid tussen de thema’s, doelstellingen en doelgroepen te verduidelijken door in de volgende regeling te sturen op twee grote allianties die zich richten op gendergelijkheid en lhbtiq+-gelijkheid. Daarnaast kunnen thematische allianties zich richten op prioritaire thema’s zoals bijvoorbeeld onderwijs of veiligheid, of op thema’s zoals bijvoorbeeld tegengaan van genderstereotypen binnen bijzondere doelgroepen zoals jongeren of gesloten gemeenschappen.

Deze indeling kan bijdragen aan een betere aansluiting bij de tweeledige doelstelling van de subsidieregeling. De subsidieregeling is er namelijk voor (i) het in stand houden en versterken van een emancipatie-infrastructuur, en (ii) bijdragen aan realisatie van gendergelijkheid en lhbtiq+-gelijkheid in de Nederlandse samenleving op verschillende terreinen.

Op basis van bovenstaande zijn een aantal scenario’s mogelijk die we hieronder hebben uitgewerkt.

Scenario's allianties

  1. Verbeteren voorfase bij aanvraag voor projectsubsidie

De directie Emancipatie streeft ernaar een subsidieregeling te ontwikkelen die toegankelijk is voor een zo divers mogelijk maatschappelijk middenveld. Daarom wordt in de nieuwe subsidieregeling een vooraanvraagprocedure toegevoegd en verduidelijkt. Deze procedure staat open voor alle aanvragers, maar is met name bedoeld voor aanvragers die niet eerder een projectsubsidie vanuit de subsidieregeling gender- en lhbtiq+-gelijkheid hebben ontvangen.

De vooraanvraagprocedure houdt in dat een aanvrager een vereenvoudigde versie (één of twee A4tjes) van een subsidieaanvraag in kan dienen bij OCW. OCW geeft vervolgens een advies over de mate waarin de vooraanvraag past binnen het emancipatiebeleid. Dit advies kunnen de aanvragers gebruiken om tot een betere aanvraag te komen. Bij een negatief advies kunnen aanvragers ervoor kiezen om geen tijd en middelen te investeren in het verder uitwerken van een voorstel. Indien gewenst kunnen aanvragers met OCW een adviesgesprek inplannen. De uitkomst van de vooraanvraagprocedure zal in de vorm van een advies zijn, bijvoorbeeld per e-mail. Het staat de aanvrager daarna vrij om het advies al dan niet op te volgen en alsnog een aanvraag in te dienen.

Met deze procedure beoogt OCW meerdere verbeteringen aan te realiseren. Ten eerste verlaagt deze procedure de drempel voor aanvragers om een aanvraag in te dienen. Door een vooraanvraag te doen, kan een organisatie relatief makkelijk advies krijgen over hoe kansrijk hun aanvraag zal zijn. Ten tweede wordt hiermee een gelijker speelveld gecreëerd voor aanvragers. In de huidige praktijk nemen sommige aanvragers vooraf contact op met OCW voor advies over een voorgenomen aanvraag. Andere aanvragers doen dat niet, mogelijk omdat zij de weg naar OCW niet goed weten te vinden. Met deze vooraanvraagprocedure wordt deze ongelijkheid verminderd.

Omdat deze procedure nieuw zou zijn, vragen wij uw input. U kunt in uw reactie aangeven op welke manier een vooraanvraagprocedure voor u een toegevoegde waarde zou zijn en welke aandachtspunten u hierbij ziet.

  1. Toepassing op het Caribische deel van het Koninkrijk

In de nieuwe subsidieregeling nemen we mogelijk een apart artikel op om te verduidelijken dat de subsidieregeling ook van toepassing is op het Caribische deel van het Koninkrijk. In lijn met het plan van aanpak Caribisch Nederland zet de directie Emancipatie zich hierbij in om een subsidieregeling op te stellen die ook in elk geval goed toegankelijk is voor partijen in Caribisch Nederland. Dit sluit aan bij het Rijksbrede comply or explain beleid voor Caribisch Nederland en het beleid van OCW om te werken aan een gelijkwaardig voorzieningsniveau voor Caribisch Nederland. Uit gesprekken met onder meer stakeholders op de BES-eilanden, het Mondriaanfonds en het fonds voor cultuurparticipatie is gebleken dat doorlopende aandacht nodig is om een gelijkwaardig voorzieningsniveau te bereiken. Het INC-advies bevestigt dit.

De directie Emancipatie zet een eerste stap door te verkennen of een apart subsidieartikel voor de BES-eilanden kan worden opgenomen (Bonaire, St. Eustatius, Saba). Ook zullen we kijken of en hoe we de CAST-landen hierbij kunnen betrekken (Curaçao, Aruba, St. Maarten). Daarbij zal rekening worden gehouden met het feit dat de situatie in het Caribisch deel van het Koninkrijk verschilt van die in Europees Nederland. Tot slot wordt ook de informatievoorziening over de subsidieregeling verbeterd zodat deze breed toegankelijk is op de website of via andere kanalen.

  1. Verduidelijken beoordelingskader voor projectsubsidie

Naast het verbeteren van de toegankelijkheid wordt in de nieuwe subsidieregeling een duidelijk beoordelingskader toegevoegd. De huidige regeling beschrijft dat de minister subsidie kan verstrekken aan een project dat in de Nederlandse samenleving in belangrijke mate bijdraagt aan het realiseren van gendergelijkheid of lhbtiq+-gelijkheid, als het project past binnen het kabinetsbeleid. De directie Emancipatie toetst of hieraan is voldaan. Omdat er geen uitgebreid beoordelingskader is gepubliceerd, is voor aanvragers nu niet altijd duidelijk waarop zij worden beoordeeld.

Door expliciet te beschrijven waar een (voor)aanvraag aan moet voldoen, en op welke punten die wordt beoordeeld, is voor aanvragers beter inzichtelijk hoe kansrijk de aanvraag is. Daarnaast draagt een duidelijk beoordelingskader bij aan een meer uniforme en transparante besluitvorming. In de regeling, en op de website en formulieren van DUS-I, zal in meer detail worden beschreven waar een volledige aanvraag aan moet voldoen. Daarbij wordt gedacht aan de volgende verplichte onderdelen: 

  1.  een beschrijving van de bijdrage van het project aan gender en lhbtiq+-gelijkheid en de aansluiting bij het kabinetsbeleid;
  2.  een beschrijving van de kennis en ervaring van de aanvrager(s);
  3.  een activiteitenplanning met start- en einddatum van het project, inclusief uitgewerkt overzicht van realiseerbare activiteiten in de projectperiode waarin in fasering, mijlpalen, beoogde tussentijdse resultaten en eindresultaten worden opgenomen;
  4.  een beschrijving en onderbouwing van de gekozen doelgroep;
  5.  een beschrijving van hoe de activiteiten naar verwachting effectief en efficiënt leiden tot de beoogde uitkomsten en impact, en de wijze waarop dit wordt gemeten;
  6.  een beschrijving van de wijze waarop de resultaten na afloop van de uitvoering op duurzame en realistische wijze worden geborgd;
  7.  een beschrijving van de verschillende locaties en domeinen waar de activiteiten worden uitgevoerd.

Met deze beschrijving van een volledige aanvraag sluit de aanvraag goed aan op de onderdelen waarop wordt beoordeeld. Hierbij wordt gedacht aan de volgende criteria:

  1. bijdrage aan doelstelling en aansluiting bij het kabinetsbeleid;
  2. kennis en ervaring van de aanvrager;
  3. doelgroep en bereik;
  4. effectiviteit, efficiëntie en impact;
  5. duurzaamheid en borging;
  6. locaties, domeinen en landelijke spreiding.

U kunt in uw reactie aangeven of deze verduidelijking voor u van meerwaarde is en of u aandachtspunten heeft naar aanleiding van de beschreven onderdelen en/of beoordelingscriteria.

Vragenlijst

U kunt uw reactie op de onderstaande vragen sturen naar  subsidieregelingemancipatie@ocw.nl.