Met deze regeling kunnen basisscholen meedoen aan een experiment met meer ruimte in de indeling van de onderwijstijd. Het doel is om te onderzoeken of flexibelere schooltijden en vakanties bijdragen aan goed onderwijs, gelijke kansen en continuïteit van het onderwijs.
Scholen onderzoeken of zij het onderwijs anders kunnen organiseren, bijvoorbeeld door:
- Vakanties flexibeler in te delen.
- Vaker vierdaagse schoolweken te gebruiken en die onderwijstijd op een ander moment in te halen.
- Schoolweken anders te spreiden over het jaar.
De school blijft zorgen voor minimaal 7.520 uur onderwijs in acht jaar.
Voor wie
Het experiment is bedoeld voor scholen in het primair onderwijs. Een school kan meedoen als:
- De onderwijskwaliteit niet is beoordeeld als zeer zwak door de Inspectie van het Onderwijs.
- De school meedoet aan maximaal één experiment over onderwijstijd.
- De medezeggenschapsraad instemt met deelname.
- De school een experimenteerplan opstelt.
Hoe werkt het?
Na aanmelding vindt er een loting plaats. De loting verdeelt scholen in:
- Een interventiegroep: deze scholen mogen afwijken van vaste vakanties en het maximum aantal vierdaagse schoolweken. Maximaal 40 scholen komen in de interventiegroep.
- Een controlegroep: deze scholen werken mee aan het onderzoek, maar houden zich aan de bestaande regels. Dit is nodig voor de effectmeting. Maximaal 20 scholen komen in de controlegroep.
Bij minder dan 30 aanvragen komt de controlegroep te vervallen. Alle aanvragers komen dan in de interventiegroep.
Het experiment loopt van 1 augustus 2026 tot en met 31 juli 2030.
Deelname helpt om:
- Inzicht te krijgen in het effect van flexibele schoolvakanties op de onderwijskwaliteit, kansengelijkheid en continuïteit.
- Inzicht te krijgen in wat werkt en wat niet.
Scholen (zowel interventie- als controlegroep) ontvangen daarnaast een subsidie als vergoeding voor het aanleveren van gegevens voor het onderzoek.
Experimenteerplan
Een school in de interventiegroep mag pas gebruikmaken van de geboden mogelijkheden nadat het bevoegd gezag een experimenteerplan heeft ingeleverd bij het onderzoeksbureau. De medezeggenschapsraad moet met het plan hebben ingestemd.
Het experimenteerplan bevat in ieder geval:
- De gekozen invulling van de experimenteerruimte, inclusief doel, activiteiten en beoogde opbrengsten.
- De didactische visie en onderwijsfilosofie, met aandacht voor organisatie en invulling van de onderwijstijd.
- De regels en planning van schooltijden, vakanties en eventuele individuele roosters.
- Het beleid voor de inzet van personeel en de betrokkenheid van het team daarbij.
- Het toelatingsbeleid (zie ook de Wet op het primair onderwijs).
- Een toelichting op de samenhang tussen de keuzes rond didactiek, onderwijstijd, personeel en toelating en de gekozen invulling van het experiment.
Bij inhoudelijke wijzigingen van het plan op schoolniveau is opnieuw instemming van de medezeggenschapsraad vereist. Wijzigingen in de gemelde gegevens of beëindiging van deelname aan het experiment moet u direct melden bij het onderzoeksbureau. Het bureau geeft dit vervolgens door aan DUS-I.
Een melding bevat in ieder geval:
- De naam en het nummer van het bevoegd gezag.
- De instellingscode van de school.
- De gegevens van een bevoegde contactpersoon.
- Een bewijs van instemming van de medezeggenschapsraad op de wijziging of stopzetting.
- De reden van de wijziging of stopzetting.
- In het geval van een wijziging, het nieuwe experimenteerplan.
Subsidie aanvragen
U kunt subsidie aanvragen van 9 april 2026 (9.00 uur) tot 30 april 2026 (13.00 uur).
Aanvragen doet u via het digitale aanvraagformulier dat via een knop op deze webpagina te bereiken is. Het bevoegd gezag dient de aanvraag in. Ook een aanmelding voor het experiment, zonder aanvraag voor de subsidie, kan via dit zelfde formulier ingediend worden. Per school die wil deelnemen dient het bevoegd gezag een aparte aanvraag in.
- Per deelnemende school is €16.664 beschikbaar.
- De subsidie is bedoeld voor de tijd en inzet die nodig zijn voor het onderzoek.
Na uw aanvraag
De beschikking volgt uiterlijk 30 juli 2026 (13 weken na het sluiten van de aanvraagperiode).
- DUS-I betaalt het subsidiebedrag in vier jaarlijkse termijnen.
- Verantwoording verloopt via de jaarverslaggeving onderwijs, model G1.
- Na het indienen van de jaarverslaggeving over het laatste jaar, stellen we de subsidie binnen 22 weken vast.
Scholen die in de interventiegroep zitten:
- Maken een experimenteerplan en dienen het plan uiterlijk 31 juli 2027 in bij het onderzoeksbureau.
- Zorgen voor instemming van de medezeggenschapsraad.
- Leveren gegevens aan voor het onderzoek.
Scholen die in de controlegroep zitten:
- Leveren gegevens aan voor het onderzoek.
Scholen mogen afwijken van de wettelijke eisen voor de vastgestelde schoolvakanties en het maximum aantal vierdaagse schoolweken. Ze kunnen er bijvoorbeeld voor kiezen dat leerlingen of hun ouders individueel vakantie kunnen opnemen. Of ze kunnen ervoor kiezen om tijdens de zomervakantie open te blijven voor leerlingen die daar behoefte aan hebben.
Scholen moeten hierbij wel blijven voldoen aan de andere wet- en regelgeving, zoals het creëren van een ononderbroken ontwikkelingsproces van leerlingen en een evenwichtige verdeling van onderwijstijd voor de leerlingen. De school blijft zorgen voor minimaal 7.520 uur onderwijs in acht jaar.
Subsidie verantwoorden
U verantwoordt de subsidie in de jaarverslaglegging met model G, onderdeel 1. Nadat u de jaarverslaglegging over 2030 uiterlijk 1 juli 2031 hebt ingediend, stellen wij de subsidie binnen 22 weken vast.
De subsidieontvanger toont op verzoek aan dat de subsidieactiviteiten zijn uitgevoerd, en dat is voldaan aan de subsidieverplichtingen.
Onderzoek en evaluatie
Een onafhankelijk onderzoeksbureau onderzoek de effecten van het experiment op de onderwijskwaliteit, kansengelijkheid en continuïteit van het onderwijs.
Kennisdeling
Over het voorgaande experiment ruimte in onderwijstijd is het eindrapport Andere tijden opgesteld. Ook kunt u lessen halen uit het eindrapport van het experiment Flexibiliseren Onderwijstijd.
Voor kennisdeling tijdens het experiment worden door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bijeenkomsten georganiseerd. Op die manier kunnen scholen van elkaar leren in de vormgeving van het experiment en de geleerde lessen die zij tegenkomen.