Dit is het verslag van bevindingen 2026 van de Commissie beoordelingsgerichte peer review.

Inleiding

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en de sectorraden PO-Raad, VO-raad, MBO Raad, Vereniging Hogescholen en Universiteiten van Nederland hebben de ambitie om van ‘Samen Opleiden en Professionaliseren’ de norm te maken voor het opleiden van toekomstige leraren. Binnen een opleidingsschool (ook wel partnerschap Samen Opleiden & Professionaliseren genoemd) werken lerarenopleidingen en scholen nauw samen om aankomende leraren voor te bereiden op de onderwijspraktijk. ­­­De ambitie is om alle toekomstige leraren in 2030 via een ‘samen opleiden route’ op te leiden.

Tot en met december 2025 was de ambitie om 100% op te leiden in partnerschappen Samen Opleiden. Per 1 januari 2026 is die verantwoordelijkheid en de kwaliteitszorg belegd bij de Onderwijsregio’s. Zij zijn vrij om via partnerschappen, als onderdeel van hun opleidingsinfrastructuur,100% samen opleiden te realiseren.

Via de subsidieregeling Tegemoetkoming kosten opleidingsscholen konden (aspirant-) opleidingsscholen sinds 2015 extra middelen ontvangen om in 4 jaar Samen Opleiden vorm te geven en te voldoen aan de basiskwaliteit Samen Opleiden & Professionaliseren. In 2022 was de laatste aanvraagronde en zijn 10 aspirant-opleidingsscholen gestart met hun ontwikkelfase.

In de tweede helft van 2025 heeft de commissie beoordelingsgerichte peer review 5 van deze 10 aspirant-partnerschappen getoetst of ze voldoen aan de basiskwaliteit. 5 Partnerschappen besloten om niet deel te nemen, deels omdat er inmiddels fusie in gang was gezet met een reeds erkend partnerschap. Een ander deel kwam doordat de beoordelingsgerichte peer review vanwege de regeling ‘onderwijsregio’s’ met een half jaar vervroegd was, wat niet haalbaar leek in de praktijk. Ter voorbereiding op de beoordelingsgerichte peer review heeft de commissie met deze vijf deelnemende partnerschappen feedbackgesprekken naar aanleiding van hun concept zelfevaluatie gevoerd.

In dit verslag staat achtereenvolgens in hoofdstuk 1 achtergrondinformatie over de subsidieregeling en de beoordelingsgerichte peer review. Vervolgens staan in hoofdstuk 2 de bevindingen van de beoordelingscommissie bij de begeleidingsgesprekken en in hoofdstuk 3 de bevindingen van de laatste beoordelingsgerichte peer review tijdens het najaar 2025.

Hoofdstuk 1 – Achtergrondinformatie

Subsidieregeling Tegemoetkoming Kosten Opleidingsscholen

Aspirant-partnerschappen konden via de subsidieregeling Tegemoetkoming kosten opleidingsscholen extra geld ontvangen. Deze tegemoetkoming werd gebruikt om in 4 jaar tijd te kunnen ontwikkelen naar een Partnerschap Samen Opleiden & Professionaliseren dat aan de basiskwaliteit voldoet zoals beschreven in het Kwaliteitskader Samen Opleiden en Inductie. In de jaren 2015 tot en met 2022 zijn 83 aspirant-partnerschappen gestart met hun ontwikkeltraject.

Tijdens het ontwikkeltraject bood de commissie begeleidingsgesprekken aan. Deze gesprekken hadden als doel de aspirant-partnerschappen te ondersteunen in hun ontwikkeling richting de basiskwaliteit. In het vierde jaar deed een aspirant-partnerschap een beoordelingsgerichte peer review om aan te tonen dat het aan de basiskwaliteit voldoet.

Onderwijsregio’s
Met de komst van de regeling Onderwijsregio’s is de regeling Tegemoetkoming kosten opleidingsscholen komen te vervallen en is er sprake van een overgangsfase. De onderwijsregio is een nieuw samenwerkingsverband dat zich richt op de samenwerking tussen schoolbesturen, lerarenopleidingen en de beroepsgroep om te zorgen voor voldoende en (blijvend) goed opgeleid onderwijspersoneel. De onderwijsregio zet zich in op het werven, matchen, samen opleiden, begeleiden en professionaliseren van onderwijspersoneel.

De bestaande (aspirant)-partnerschappen Samen Opleiden & Professionaliseren worden gezien als een zeer belangrijke speler binnen de onderwijsregio om ervoor te zorgen dat onderwijspersoneel goed opgeleid, begeleid en geprofessionaliseerd wordt. Het is van groot belang dat de opgedane kennis, ervaring en expertise van de partnerschappen behouden blijft binnen de onderwijsregio’s. Het ontwikkelen, monitoren, aantonen en toetsen van de basiskwaliteit van aspirant-partnerschappen biedt een stevige basis voor de kwaliteit van de onderwijsregio’s.

De beoordelingsgerichte peer review

Aspirant-partnerschappen werden in het vierde jaar getoetst op hun kwaliteit. Tot 2023 werd deze toetsing uitgevoerd door de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO). Vanaf 2023 heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een commissie (Beoordelingsgerichte Peer Review) ingesteld om deze taak uit te voeren middels de beoordelingsgerichte peer review.

De beoordelingsgerichte peer review is onderdeel van de werkwijze peer review. Deze werkwijze is vastgesteld voor de toetsing, borging en ontwikkeling van de kwaliteit van partnerschappen Samen Opleiden. Het sluit aan bij het uitgangspunt dat er sprake is van gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het Samen Opleiden, zowel binnen het individuele partnerschap als op landelijk niveau. Aspirant-partnerschappen namen binnen 4 jaar na toekenning van de aspirant-status deel aan de beoordelingsgerichte peer review waarbij de basiskwaliteit werd getoetst. Dit diende als sluitstuk van de aspirantfase.

Uitgangspunt voor de toetsing is de basiskwaliteit Samen Opleiden op de 4 waarborgen uit het Kwaliteitskader. Het partnerschap toonde met een zelfevaluatie per waarborg aan dat de basiskwaliteit gerealiseerd was. Voor de beoordeling van de basiskwaliteit keek de commissie naar de concrete beschrijving van de basiskwaliteit per waarborg, de samenhang met de andere waarborgen, de uitvoering in de praktijk van wat was beschreven en de gezamenlijkheid in de uitvoering. Deze beoordelingscriteria staan in bijlage 3 van dit document. Het advies van de commissie is gebaseerd op de zelfevaluatie basiskwaliteit en de gesprekken die tijdens de bezoekdag met vertegenwoordigers van het partnerschap gevoerd werden. Aspirant-partnerschappen die de basiskwaliteit aantoonden sloten de aspirantfase af en zijn daarna officieel Opleidingsschool.

Meer informatie over de beoordelingsgerichte peer review vindt u in de procedurebeschrijving najaar 2025 op de websites van DUS-I en het Platform Samen Opleiden & Professionaliseren.

Commissie beoordelingsgerichte peer review

De commissie beoordelingsgerichte peer review bestond uit deskundigen op het gebied van Samen Opleiden en was door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ingesteld om over de basiskwaliteit van aspirant-partnerschappen te adviseren. Daarnaast droeg de commissie zorg voor het begeleiden van de aspirant-partnerschappen tijdens hun ontwikkelperiode middels een jaarlijks begeleidingsgesprek. Bij de samenstelling van de commissie was gestreefd naar een evenwichtige verdeling van vertegenwoordigers uit scholen en instituten met betrokkenheid bij opleiden in de school. De laatste samenstelling van de commissie vindt u in bijlage 1 van dit document. Het secretariaat van de commissie werd door DUS-I uitgevoerd.

Hoofdstuk 2 - Begeleidingsgesprekken

In juni 2025 zijn er begeleidingsgesprekken gevoerd met in totaal 8 aspirant-partnerschappen die gestart zijn in 2022.

De gesprekken werden gevoerd door een duo, bestaande uit een commissielid en een adviseur van DUS-I, of twee adviseurs van DUS-I. Het doel van de gesprekken was om de partnerschappen te ondersteunen in hun ontwikkeling richting basiskwaliteit, door middel van het geven van feedback en concrete adviezen. De eigen vragen van het aspirant-partnerschap, hun concept beschrijving van waarborg 1 (lerende leraar), het kwaliteitskader met bijbehorende waarborgen (lerende leraar, leeromgeving, organisatie en kwaliteitscultuur) en de 4 beoordelingscriteria voor basiskwaliteit vormden het uitgangspunt tijdens de begeleidingsgesprekken.

Dit begeleidingsgesprek van de partnerschappen uit 2022 was iets anders vormgegeven dan de begeleidingsgesprekken in voorgaande jaren. Aangezien deze partnerschappen in december 2025 hun basiskwaliteit aan zouden tonen, hadden ze niet alleen in een beknopte zelfreflectie aangegeven welke ontwikkeling ze hadden doorgemaakt. Daarbij hadden ze tevens uiteengezet waarin ze zich nog verder wilden ontwikkelen, welke uitdagingen ze tegenkwamen en welke concrete vragen ze hierbij hadden. Maar ze hadden ook een eerste beschrijving gegeven van waarborg 1 (de lerende leraar). Op deze wijze kon de commissie de partnerschappen op tijd ondersteunen bij het komen tot een definitieve zelfevaluatie.

Algemene bevindingen

In lijn met de bevindingen van voorjaar 2025 zijn de partnerschappen enthousiast bezig met Samen Opleiden. Ze zijn trots op wat ze hierin bereikt hebben en hoe ze dat hebben gedaan.

De partnerschappen ervoeren de begeleidingsgesprekken als nuttig om hun ontwikkeling expliciet te maken en duidelijkheid te krijgen welke stappen nog genomen moesten worden. Het bewust worden van de al geboekte voortgang was hierbij een belangrijk onderdeel.

De partnerschappen uit 2022 hadden over het algemeen goed zicht op het kwaliteitskader, de waarborgen en de 4 criteria. Vanwege hun ontwikkelingsfase waren ze veelal bewust bezig met het aantonen van hun basiskwaliteit en wat daar nog voor moest gebeuren. De gestelde vragen waren onder andere gericht op het proces rondom de beoordelingsgerichte peer review. Tijdens de begeleidingsgesprekken werden de 4 criteria expliciet genoemd en als richtlijn gebruikt.

Eén partnerschap besloot al eerder niet de beoordelingsgerichte peer review te doen, maar maakte wel nog gebruik van het begeleidingsgesprek.

Alle 8 partnerschappen wilden tijdens hun laatste begeleidingsgesprek in juni graag feedback op de wijze waarop ze waarborg 1 in eerste concept hadden beschreven. “Hoe kunnen we dit nog scherper formuleren, zodat het een goed beeld geeft van de invulling van waarborg 1?”.

Ieder aspirant-partnerschap had zijn eigen uitdaging, zoals de samenwerking met de verschillende partners, het creëren van draagvlak voor de visie en het beroepsbeeld, het ontwikkelen van een gezamenlijk curriculum, de vertaling van de visie naar de leeromgeving, het werven van voldoende studenten, of het verbeteren van betrokkenheid van en verbinding tussen de verschillende groepen van het partnerschap.

Het lerarentekort werd door veel partnerschappen gezien als een grote opgave die Samen Opleiden in de weg kon staan, bijvoorbeeld doordat werkplekbegeleiders langere tijd geen docenten in opleiding konden begeleiden of door frequente wisselingen van mensen in spilfuncties binnen het partnerschap. Daarnaast zorgden de frequente wisselingen voor een tekort aan aandacht dat samen opleiden altijd, maar in het bijzonder gedurende de aspirantfase nodig heeft.  

Partnerschappen hadden behoefte aan ondersteuning en kregen die bij het Platform Samen Opleiden tijdens hun ontwikkelfase. Ook was er behoefte aan het onderling uitwisselen van ‘good practices’.

Een ander thema dat regelmatig tijdens de begeleidingsgesprekken werd gehoord, is de ontwikkeling en de onduidelijkheid rondom de te vormen Onderwijsregio's. Partnerschappen maken zich zorgen dat deze ontwikkeling de vooruitgang die ze met samen opleiden hebben geboekt, bedreigen of zelfs volledig tenietdoen. Dit creëert onrust bij verschillende partnerschappen. Hieraan gekoppeld hadden ze ook vragen over de beoordelingsgerichte peer review aangezien deze voor deze partnerschappen uit 2022 een half jaar vervroegd was. De vragen betroffen bijvoorbeeld in hoeverre trouw te blijven aan eigen opzet/structuur. In meerdere gesprekken werd de commissie verzocht, dan wel de wens uitgesproken, tijdens de beoordelingsgerichte peer review rekening te houden met het verkorte en versnelde traject.

Bevindingen per waarborg

In deze paragraaf worden de bevindingen per waarborg beschreven.
 

Waarborg 1: Lerende leraar

Net als in voorgaande jaren zijn veel aspirant-partnerschappen nog steeds op zoek naar manieren om op alle niveaus draagvlak te creëren voor de gekozen visie op samen opleiden. De diversiteit aan partners zorgt voor verschillen in betrokkenheid. Partnerschappen stellen zich de vraag hoe hiermee om te gaan. Een nuttige benadering is om als partnerschap te kijken naar de helderheid van het beroepsbeeld en de visies ten behoeve van de begrijpelijkheid voor alle betrokkenen. Wordt de visie als logisch en begrijpelijk ervaren, dan bevordert dit het mogelijke draagvlak ervoor. Het advies is om steeds het gesprek op alle niveaus te voeren om deze helderheid te waarborgen. Partnerschappen erkennen dit. Het blijkt echter soms lastig om het gesprek op alle niveaus in de praktijk te faciliteren.

Het vertalen van de visie naar de andere waarborgen is een terugkerend thema. Adviezen op dit vlak zijn bijvoorbeeld gericht op het concreet maken wat er van een student verwacht wordt op basis van het beroepsbeeld in elke fase van de opleiding. Een ander advies is om aan te geven wat je als partnerschap concreet gaat doen om de samenhang tussen waarborg 1 en waarborg 2 te bewerkstelligen. Het definiëren van concrete acties is niet alleen relevant voor samenhang tussen de waarborgen, maar ook voor andere thema’s zoals de begeleidingsstructuur en professionalisering.

Waarborg 2: Leeromgeving

Het realiseren van echte samenhang tussen wat er op de scholen en op het instituut gebeurt, blijft voor de partnerschappen een complexe uitdaging die verband houdt met praktische problemen. Denk hierbij aan de diversiteit van partners en groepen studenten, een bestaande curriculumopbouw en studentenaantallen die bijvoorbeeld groot genoeg moeten zijn om studenten samen te kunnen brengen. Er is veel behoefte aan uitwisseling met andere aspirant-opleidingsscholen om ‘best practices’ te bespreken. De begeleiders geven voortdurend het advies om gebruik te maken van de netwerkbijeenkomsten en themagroepen georganiseerd door het Platform Samen Opleiden en Professionaliseren.

Waarborg 3: Organisatie

Het belang van betrokkenheid van alle actoren binnen het partnerschap kwam tijdens de begeleidingsgesprekken regelmatig aan bod. Betrokkenheid kan betrekking hebben op verschillende niveaus, zoals betrokkenheid van besturen, partners uit deelregio’s en individuele scholen.

Een terugkerend thema is de onduidelijke rol en de daarbij behorende zorg over de optimale benutting van de stuurgroep. Het advies is om in overeenstemming met de beschrijving van deze waarborg, alle rollen waaronder die van de stuurgroep, binnen het partnerschap expliciet te maken. Op deze manier worden verwachtingen uitgesproken en verduidelijkt en kan men elkaar hierop aanspreken.

Niet alle aspirant-opleidingsscholen werken aan professionalisering van alle betrokkenen. Vaak ligt de focus op het niveau van de opleiders en begeleiders van de studenten. Het strategisch niveau en medewerkers van het opleidingsinstituut worden in dat geval buiten beschouwing gelaten.

Zoals eerder beschreven zijn wisselingen van sleutelfiguren binnen de partnerschappen een veel voorkomende uitdaging. Partnerschappen zijn zich bewust van hun soms kwetsbare positie in termen van afhankelijkheid van de personen die verantwoordelijk zijn voor het projectleiderschap. Het vastleggen van procedures en werkwijzen kan helpen maar neemt het risico van het wegvallen van sleutelfiguren niet weg. Het verkleint wel de mogelijke impact die een partnerschap zou ervaren bij een eventueel vertrek.

Met het oog op het lerarentekort en de wens om te streven naar 100% samen opleiden, hebben partnerschappen vaak de neiging om snel het aantal partners of het aantal docenten in opleiding uit te breiden. Een uitdaging hierbij is het waarborgen van de kwaliteit van het samen opleiden. Bovendien betekenen de personeelstekorten in het onderwijs voor sommige aspirant-opleidingsscholen dat er niet voldoende tijd is voor werkplekbegeleiders om studenten te begeleiden op de werkplek, omdat er prioriteit wordt gegeven aan hun taak als leerkracht voor de klas.

Aangaande de huidige ontwikkelingen rondom de regiovorming en de ambitie tot 100% Samen Opleiden, hebben sommige partnerschappen het voornemen om samen met een ander partnerschap door te gaan als één partnerschap. Zij hebben behoefte aan duidelijkheid rondom de bekostiging na samenvoeging en willen graag leren van ervaringen van andere partnerschappen die werden samengevoegd.

Waarborg 4: Kwaliteitscultuur

Voor veel partnerschappen hangt deze waarborg samen met het doorlopen van een kwaliteitscyclus. Het bepalen van wat en hoe er gemeten en geëvalueerd moet worden op zowel het niveau van het partnerschap als op het niveau van individuele partners is vaak gespreksonderwerp geweest. Tot slot het implementeren van acties om daadwerkelijke kwaliteitsverbeteringen te realiseren.

Partnerschappen blijken vaak onbewust een kwaliteitscyclus te doorlopen wanneer ze met uitdagingen worden geconfronteerd. Het advies is om alle stappen en gebruikte instrumenten expliciet te maken, evenals de verbeteracties die worden ondernomen. Dit kan partnerschappen helpen om antwoord te geven op de vraag of ze de juiste dingen doen. Het benoemen van een medewerker die verantwoordelijk is voor de kwaliteit van het partnerschap en hierop aanspreekbaar is, helpt ook bij het concretiseren van deze waarborg.

Overigens concludeerde de commissie tijdens de beoordelingsvergadering eind mei 2025 dat ten opzichte van voorgaande jaren er een duidelijkere verbinding zichtbaar is tussen waarborg 1 en 4. Kwaliteitscultuur staat duidelijker op de agenda; er is bij partnerschappen meer aandacht voor waarborg 4.

Hoofdstuk 3 – Laatste beoordelingsgerichte peer review najaar 2025

Inleiding

In de tweede helft van 2025 hebben 5 aspirant-partnerschappen die in 2022 zijn gestart deelgenomen aan de beoordelingsgerichte peer review. De partnerschappen hebben hiervoor een zelfevaluatie basiskwaliteit geschreven waarin wordt beschreven hoe het aspirant-partnerschap aan de basiskwaliteit Samen Opleiden voldoet. In september 2025 hebben deze partnerschappen een conceptversie van dit document aan het begeleidende duo van de commissie voorgelegd. Tijdens het feedbackgesprek in oktober 2025 heeft het begeleidende duo feedback gegeven op dit conceptstuk. Dit heeft het partnerschap kunnen gebruiken om de definitieve versie aan te scherpen. De definitieve zelfevaluatie basiskwaliteit werd samen met het ID (een document met feitelijke informatie over het aspirant-partnerschap) en een samenwerkingsovereenkomst, voorafgaand aan de bezoekdagen bij DUS-I ingediend. Na het indienen van de definitieve dossiers heeft een panel, waarin het begeleidende duo geen rol speelde, een voorbereidend gesprek gevoerd. In dit gesprek deelden de panelleden hun individuele bevindingen met elkaar. Op basis van deze bevindingen werd tijdens het voorgesprek een gespreksagenda opgesteld voor de bezoekdag.

Het panel van 3 commissieleden, ondersteund door een secretaris van DUS-I, is tijdens de bezoekdagen in december 2025 in gesprek gegaan met het aspirant-partnerschap om een nog beter beeld te krijgen van de basiskwaliteit. Deze gesprekken hebben plaatsgevonden op een door het aspirant-partnerschap gekozen locatie. Aan het eind van de bezoekdag stelde het panel een voorlopig advies op over het wel of niet aangetoond zijn van de basiskwaliteit. Deze voorlopige adviezen zijn tijdens de beoordelingsvergadering van de commissie beoordelingsgerichte peer review besproken, definitief vastgesteld en vervolgens aan de minister voorgelegd. De minister heeft de adviezen van de commissie overgenomen.

Alle 5 aspirant-partnerschappen hebben de basiskwaliteit aangetoond en de aspirantfase afgesloten. Zij mogen zichzelf opleidingsschool noemen. De partnerschappen hebben het definitieve advies ontvangen in een brief. Een overzicht van de 5 partnerschappen en de bijbehorende definitieve adviezen of basiskwaliteit wel of niet is aangetoond, staan in bijlage 2 van dit document.

Bevindingen

In deze paragraaf worden de bevindingen voor zowel de feedbackgesprekken als de bezoekdagen beschreven.

Feedbackgesprekken

Alle 5 aspirant-partnerschappen hebben in oktober 2025 feedback op hun concept-zelfevaluatie basiskwaliteit ontvangen in het online feedbackgesprek. Dit was het laatste begeleidingsgesprek met de commissie voorafgaand aan de beoordelingsgerichte peer review.

Concept zelfevaluatie basiskwaliteit
In de concept-zelfevaluatie basiskwaliteit moest een stand van zaken ten aanzien van de invulling van de basiskwaliteit binnen het partnerschap worden beschreven. De beschrijvingen moesten zo concreet mogelijk zijn, zodat voorbeelden van hoe het partnerschap functioneert duidelijk zijn. Vragen die daarbij kunnen helpen zijn: Wat ervaart de student? en Hoe werkt deze waarborg in de praktijk?

Sommige partnerschappen lukte het om de stand van zaken helder te beschrijven met concrete voorbeelden. Bij andere partnerschappen was dit minder het geval en was concretiseren een aandachtspunt. Dit leidde er soms toe dat niet de stand van zaken werd beschreven (voor het aantonen van de basiskwaliteit) maar ontwikkelwensen. In deze feedbackgesprekken is daarom met name gevraagd naar het geven van concrete voorbeelden van hoe het partnerschap te werk gaat. Partnerschappen zijn veelal gewend te reflecteren op hun ontwikkeling, vooruit te kijken en ambities voor het partnerschap te formuleren.

Ook tijdens de verschillende voorlichtingsbijeenkomsten werd benadrukt dat de commissie moet kunnen beoordelen wat er op dat moment binnen het partnerschap is gerealiseerd. Partnerschappen kregen het advies mee het format te gebruiken als houvast voor wat ze moesten beschrijven. Partnerschappen mochten het document met een eigen opmaak aanleveren.

Een aandachtspunt was ook dat de tekstpassages en de praktijkvoorbeelden complementair aan elkaar waren, zodat de commissie een duidelijk beeld kreeg van de praktijk van het partnerschap. In sommige gevallen paste het praktijkvoorbeeld niet bij een bepaalde alinea omdat deze andere criteria beschreef of niet aansloot bij de beschreven tekst.

Het feedbackgesprek
De online gesprekken zijn als prettig ervaren. De meeste aspirant-partnerschappen hebben in de evaluatie aangegeven dat het feedbackgesprek als zeer constructief werd beschouwd en dat het hielp bij het aanscherpen van de zelfevaluatie basiskwaliteit. Ook de commissieleden zien de meerwaarde van de feedbackgesprekken. De commissie constateerde dat het helpt als partnerschappen voorafgaand aan het gesprek vragen formuleren over hun concept-zelfevaluatie.

Bezoekdagen

Begin december 2025 heeft de commissie in verschillende panels 5 bezoeken afgelegd om gesprekken te voeren over de basiskwaliteit van de aspirant-partnerschappen. De bezoekdagen waren goed voorbereid en deze voorbereiding heeft ook positief bijgedragen aan de ontwikkeling van de aspirant-partnerschappen. Uit de evaluaties blijkt dat de voorbereidende gesprekken binnen het partnerschap zelf hebben gezorgd voor het nog scherper krijgen van de basiskwaliteit, de opbrengsten en eventuele ontwikkelpunten. Daarnaast gaven aspirant-partnerschappen aan dat het gezamenlijk voorbereiden weer een boost geeft aan de samenwerking wat de ontwikkeling ten goede komt. Tot slot zorgden de gesprekken tijdens de bezoekdag voor verdere verheldering van de basiskwaliteit en ontwikkelpunten; de gesprekken hielpen de panels om een beeld te krijgen van de gerealiseerde kwaliteit.

De inrichting van de bezoekdag werd door zowel commissie als aspirant-partnerschappen als prettig ervaren. De beginpresentatie door het partnerschap zorgde voor energie en een goede aftrap voor de gesprekken. De 45 minuten voor iedere gespreksronde werd als voldoende ervaren. De duur van de pauzes tussen de gesprekken waren over het algemeen ook voldoende. Deze werden tevens door het panel als moment gebruikt om de gesprekken te evalueren. Tijdens de terugkoppeling aan het einde van de bezoekdag deed het panel omwille van de beoordelingsprocedure geen normerende uitspraken en beperkte zich daarom tot dankwoord en procedurele informatie; tijdens de opening werd dit nogmaals door de voorzitter van het panel benadrukt. De terugkoppeling werd door de aspirant-partnerschappen gezien als een formaliteit om de dag mee af te ronden.

Na afronding met het aspirant-partnerschap is door het panel gezamenlijk gekeken naar het opstellen van het advies. Hierbij werd eerst door de individuele panelleden aangegeven of naar hun beeld de basiskwaliteit wel of niet aanwezig was. Bij een unaniem oordeel werd vervolgens het advies onderbouwd door per waarborg de 4 beoordelingscriteria door te nemen. Het panel gaf de secretaris voldoende input voor het kunnen onderbouwen van het advies. De secretaris was verantwoordelijk voor het schrijven van het voorlopige advies die dat ter controle en accordering aan de voorzitter van het panel voorlegde.

De beoordelingsvergadering
Tijdens de beoordelingsvergadering met de commissie zijn alle voorlopige adviezen op zichzelf en ten opzichte van elkaar vergeleken. De beoordelingen zijn daarna definitief vastgesteld. Deze zijn aan de minister overhandigd die de adviezen van de commissie heeft overgenomen. Tot slot zijn de adviezen naar de aspirant-partnerschappen verstuurd. Een overzicht van de 5 partnerschappen en de bijbehorende definitieve adviezen of basiskwaliteit wel of niet is aangetoond, staan in bijlage 2 van dit document.         

Afrondende adviesgesprekken

  • Na ontvangst van de adviezen door de aspirant-partnerschappen hebben afrondende adviesgesprekken plaatsgevonden. Tijdens dit gesprek gaf de voorzitter van het panel enige toelichting op het advies van de commissie aan de vertegenwoordiger(s) van het partnerschap. Dit heeft als doel het partnerschap handvatten te geven voor de volgende ontwikkelingsfase

Bijlage 1 – Leden Commissie beoordelingsgerichte peer review najaar 2025

De Commissie beoordelingsgerichte peer review bestaat uit deskundigen op het gebied van Samen Opleiden.

CommissielidFunctie

Pettra van Beveren

Programmaleider Nieuwe Opleidingsschool Amsterdam (NOA), Instituut Archimedes, Hogeschool Utrecht

Saskia van Caem

Schoolleider Admiraal de Ruyterschool, Coördinator Werkplaats Ondwerwijs Amsterdam UvA/HvA/schoolbesturen PO, LVSC supervisor & NIPC coach

Ciska Doeleman

Bestuurssecretaris Catent en betrokken bij partnerschap Samen Opleiden & Professionaliseren Catent-Wolderwijs-KPZ

Wilske Eurlings

Programmamanager Samen Opleiden PO Zuid – Nijmegen – Tussen de Rivieren – De Liemers, Directeur RTC Ingenium – Talent voor Onderwijs

Jeannette Geldens

Hogeschooldocent onderwijskunde & pedagogiek, coördinator Professionele Werkplaatsen en ontwikkelgroeplid Opleidingsnetwerk Samen opleiden

Femke Gerritsen

Programmaleider Academische Opleidingsschool Oost Nederland (AOS-ON)

Maarten Haalboom

Adviseur Samen Opleiden & Professionaliseren
Trainer lerarenopleiders

Randy Heilbron

Docentcoach Alberdingk Thijm College

Trainer/ begeleider zij-instroom Alberdingk Thijm Scholen PO/VO, Opleidingscoördinator Alberdingk Thijm OpleidingsSchool, ATOS

Hiske Koldijk

Zelfstandig onderzoeker & adviseur met speciale aandacht voor samen opleiden, samenwerkend leren en wendbaar vakmanschap

Caroline Korpershoek

Projectleider Samen Opleiden en Inductie

Chris Kroeze

Hoofddocent Samen Opleiden Academie Educatie HAN, onderzoeker, ontwikkelaar en trainer werkplekleren.

Anneke van der Linde

Hoofddocent, coördinator curriculum, coördinator Samen Opleiden Hogeschool van Amsterdam

Gonnie Niemeijer

Directeur Onderwijs & Kwaliteit, Winkler Prins Veendam

Loes Nobbe

Programmamanager Samen Opleiden Academie Educatie HAN

Miranda Timmermans

(voorzitter)

Lector Samen Opleiden & Professionaliseren bij
Marnix Academie en zelfstandig ondernemer

Marloes Vermeer

Kernteamlid AOS MB, lerarenopleider ULT (Universitaire Lerarenopleiding Tilburg), professioneel begeleider en supervisor op 2College

Erwin de Vos

Coördinator Samen Opleiden faculteit Educatie, Projectleider Samen Opleiden (Flexibele Voltijd/OPLIS) Projectleider begeleiding startende leerkrachten

Margriet van der Werff

Programmaleider Opleidingsschool FC-NHL

Bijlage 2 – Definitieve adviezen najaar 2025

Naam aspirant-opleidingsschoolSectorBasiskwaliteit aangetoond

OS-2022-C-001

Christelijke opleidingsschool (COS)

Vo

Ja

OS-2022-C-002

Drenthe- Kop van Overijssel

Po

Ja

OS-2022-C-003

Opleidingsschool Eindhoven Regio

Mbo

Ja

OS-2022-C-005

Lang Leve(n) Leren!

Po

Ja

OS-2022-C-006

Samen opleiden voor academische leraren

Po

Ja

Bijlage 3 – Beoordelingscriteria

Een aspirant-partnerschap heeft gedurende 4 jaar toegewerkt naar de in het Kwaliteitskader geformuleerde basiskwaliteit voor Samen Opleiden. De te beschrijven basiskwaliteit is per waarborg verder uitgewerkt in onderstaand overzicht.

Om basiskwaliteit vast te stellen, beoordeelt de commissie de uitwerking per waarborg aan de hand van onderstaande 4 beoordelingscriteria:

  1. De concrete beschrijving van basiskwaliteit per waarborg.
  2. De samenhang met de andere waarborgen.
  3. De uitvoering in de praktijk van wat is beschreven.
  4. De gezamenlijkheid in de uitvoering.

Voor het aantonen van basiskwaliteit moeten alle 4 de waarborgen met een voldoende beoordeeld worden. In onderstaand overzicht is per waarborg aangegeven wat in de zelfevaluatie basiskwaliteit beschreven moet worden.

Lerende leraar

BasiskwaliteitIn de zelfevaluatie basiskwaliteit laat het partnerschap zien in hoeverre
  • Het partnerschap heeft een geëxpliciteerde visie op het opleiden van aankomende leraren. Hierin is in ieder geval (ook) een gedeelde visie opgenomen op de wijze waarop leraren zich ontwikkelen tijdens hun loopbaan.

De visie op het opleiden van aankomende leraren sluit aan bij het beroepsbeeld dat het partnerschap heeft van de leraar.

  • Het beroepsbeeld en de visie op het leren en opleiden van leraren door het partnerschap concreet geformuleerd zijn.
  • Het beroepsbeeld, de visie op het leren en opleiden van leraren met elkaar samenhangen.
  • De visie op het leren en opleiden van leraren passend zijn bij samen opleiden.

Het beroepsbeeld en de visie op het leren en opleiden van leraren met alle betrokkenen gedeeld is en wordt, en op alle lagen breed wordt gedragen.

Leeromgeving

BasiskwaliteitIn de zelfevaluatie basiskwaliteit laat het partnerschap zien in hoeverre
  • Een gezamenlijk opleidingsprogramma voor verschillende groepen (aankomende) leraren.
  • Hoe het programma gezamenlijk wordt uitgevoerd in de praktijk.
  • Dat doelstellingen, programma’s en beoordelingswijzen zijn vastgelegd.

De werkplek als professionele leeromgeving waarin aankomende en startende leraren zich optimaal kunnen ontwikkelen.

  • Doelstellingen, programma’s en beoordelingswijzen:
    • concreet zijn uitgewerkt
    • in de praktijk worden ontwikkeld en uitgevoerd door actoren van alle partners  
    • een gezamenlijke verantwoordelijkheid zijn van alle partners.
  • Het programma op de opleiding en dat op de school samenhangen.
  • Er een leeromgeving is, waarin alle betrokken actoren leren en zo ondersteunend is voor het leren van aankomende leraren.

Het voor betrokken actoren duidelijk is dat de activiteiten die zij uitvoeren in de leeromgeving voortkomen uit het beroepsbeeld, en de visie op het leren en opleiden van leraren.

Organisatie

BasiskwaliteitIn de zelfevaluatie basiskwaliteit laat het partnerschap zien in hoeverre
  • Een overleg- en afsprakenstructuur voor de verschillende actoren, waarin de gezamenlijkheid tot uitdrukking komt.
  • Dat verantwoordelijkheden en benodigde competenties van de verschillende actoren binnen het partnerschap zijn vastgesteld en ingebed in de organisatiestructuur.

Een aanpak op professionele ontwikkeling voor de verschillende actoren in het partnerschap.

  • De overleg- en afsprakenstructuur die georganiseerd is voor de verschillende actoren, in de praktijk ook zo werkt.
  • Op operationeel, tactisch en strategisch niveau actoren van alle partners betrokken zijn en zowel op als tussen deze niveaus wordt samengewerkt.
  • De verschillende actoren hun verantwoordelijkheden kennen en hoe dit zichtbaar is in de activiteiten die ze uitvoeren binnen het partnerschap.
  • Er binnen het partnerschap afspraken zijn gemaakt over de inzet van actoren om samen opleiden te realiseren en te borgen, en deze inzet in de praktijk daadwerkelijk gepleegd wordt.
  • Geformuleerd is wat de benodigde competenties voor de betrokken actoren zijn om hun rol binnen het partnerschap uit te oefenen.
  • De betrokken actoren bekend zijn met hun rol en de daarbij horende competenties.
  • Er professionalisering georganiseerd wordt voor het ontwikkelen en duurzaam borgen van de noodzakelijke competenties.

Wat het partnerschap organiseert, bijdraagt aan het realiseren en borgen van de leeromgeving, het beroepsbeeld en de visie op het leren en opleiden van aankomende leraren.

Kwaliteitscultuur

BasiskwaliteitIn de zelfevaluatie basiskwaliteit laat het partnerschap zien in hoeverre
  • De systematiek die het partnerschap gebruikt om de basiskwaliteit te bewaken én de continue ontwikkeling van het partnerschap te borgen. Het regelmatig bespreken van de volgende vragen:
    • Doen we het goede? Hoe weten we dat?
    • Vinden anderen dat ook (bijvoorbeeld via audits met externen, ontwikkelingsgerichte peer review)?
    • Wat doen we met die wetenschap?
  • Het gebruik maken van onderzoeksuitkomsten bij het beantwoorden van deze vragen.

Het op basis van de antwoorden afspreken, uitvoeren, evalueren en bijstellen van vervolgstappen.

  • Een kwaliteitsinstrumentarium gebruikt wordt voor het borgen van de basiskwaliteit bij de vier waarborgen en het continu ontwikkelen van het partnerschap.
  • Taken, rollen en verantwoordelijkheden (o.a. beslisstructuur) zijn vastgesteld.
  • Binnen de gekozen systematiek regelmatig door alle actoren ten aanzien van de eigen rol de hiernaast genoemde vragen besproken worden.
  • Bij het beantwoorden van de vragen onderzoeksuitkomsten gebruikt worden.
  • Het op basis van de antwoorden afspreken, uitvoeren, evalueren en bijstellen van vervolgstappen cyclisch gebeurt.
  • Alle actoren op operationeel, tactisch en strategisch niveau, waaronder aankomende leraren, onderdeel zijn van de kwaliteitscultuur.