Met de Wet wijziging woonplaatsbeginsel is vastgelegd dat de woonplaats van de jeugdige bepaalt welke gemeente financieel verantwoordelijk is voor de jeugdhulp. Daardoor worden de kosten toegerekend aan de gemeente waar de jeugdige staat ingeschreven. Bij gemeenten waar veel instellingen of opvanglocaties zijn gevestigd voor aaneengesloten jeugdhulp met verblijf, worden hierdoor vaker jeugdigen ingeschreven. Daardoor maken deze gemeenten meer (niet beoogde) kosten.
Op grond van de regeling Specifieke uitkering niet beoogde kosten jeugdzorg vanwege verblijf in gemeente kan aan deze gemeenten een specifieke uitkering worden verstrekt. Deze uitkering is bedoeld als compensatie voor onbedoelde kosten voor aaneengesloten jeugdhulp met verblijf en de daarmee samenhangende kosten, waaronder kosten voor verblijf, ambulante jeugdhulp, kinderbescherming en jeugdreclassering.
Belangrijke voorwaarden
- Voor deze specifieke uitkering komen alleen werkelijk gerealiseerde kosten in aanmerking voor een jeugdige met aaneengesloten jeugdhulp met verblijf. Daarbij moet de jeugdige gedurende een periode van minimaal 3 maanden minimaal 5 dagen per week in een instelling verblijven, en de jeugdige wordt ingeschreven in de BRP op het adres van die instelling. Het gaat hierbij om de door de aanvragende gemeente werkelijk gerealiseerde kosten voor jeugdhulp, jeugdreclassering en kinderbeschermingsmaatregelen. Meer informatie over deze begrippen staat in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
Let op! Deze specifieke uitkering is niet bedoeld voor een jeugdige met aaneengesloten jeugdhulp met verblijf in de pleegzorg. Een jeugdige met aaneengesloten jeugdhulp met verblijf in een gezinshuis kan wél in aanmerking komen voor deze specifieke uitkering. Ook minderjarige Oekraïense ontheemden vallen buiten deze regeling.
- Een gemeente komt alleen in aanmerking voor deze specifieke uitkering als volgens de aanvraag minimaal €250.000 voor de kalenderjaren 2024 en 2025 samen aan werkelijke kosten is gerealiseerd.
- Alleen kosten gerealiseerd binnen de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2025 komen in aanmerking voor deze specifieke uitkering.
- Een startdatum van een vorm van jeugdhulp kan logischerwijs niet liggen vóór de startdatum van het verblijf. De startdatum en einddatum van de kosten voor ambulante zorg die in aanmerking komen voor deze specifieke uitkering moeten binnen de periode van het verblijf liggen. Kosten voor ambulante zorg in een periode zonder verblijf komen dus niet in aanmerking voor deze specifieke uitkering.
- Kosten die gefinancierd worden op grond van de Wet langdurige zorg, de Zorgverzekeringswet of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 komen niet in aanmerking voor deze specifieke uitkering. Kosten die al gefinancierd worden door een andere overheid (gemeente of rijksoverheid) komen ook niet in aanmerking voor deze specifieke uitkering.
Specifieke uitkering aanvragen
U kunt de specifieke uitkering aanvragen van 1 mei 2026 om 9.00 uur tot en met 1 juli 2026 13.00 uur.
U vraagt de specifieke uitkering aan door met eHerkenning in te loggen bij het Subsidieplatform. Heeft u nog geen inloggegevens? Vraag dan na of uw gemeente al eHerkenning heeft. Als dit niet zo is, kunt u eHerkenning aanvragen. Let op: U heeft minimaal niveau EH2+ nodig.
Het document dat u meestuurt met uw aanvraag:
- Spreadsheet Specificaties per jeugdige 2024-2025. Met dat bestand specificeert u de niet-beoogde jeugdzorgkosten met verblijf in uw gemeente. Op het laatste tabblad is het totaalbedrag per jaar berekend. Deze bedragen neemt u over in het aanvraagformulier.
Let op: Als het totaal aangevraagde bedrag hoger is dan het beschikbare budget, verdelen wij het beschikbare bedrag evenredig over de aanvragen.
Budget
Voor aanvragen voor de jaren 2024 en 2025 is een budget beschikbaar van €60 miljoen.
Verantwoorden
U verantwoordt de specifieke uitkering via de SiSa-procedure.