VIPP Babyconnect

VIPP Babyconnect is het ‘Versnellingsprogramma informatie-uitwisseling patiënt en professional’ voor instellingen in de geboortezorg. Het programma richt zich op het verbeteren van deze gegevensuitwisseling, ook tussen organisaties uit verschillende regio’s.

Babyconnect hanteert hierbij de vastgestelde standaarden van het Informatieberaad Zorg. Daarnaast biedt het zorggebruikers de mogelijkheid veilig, betrouwbaar, gratis, digitaal en gestandaardiseerd te beschikken over de eigen gezondheidsgegevens. Dit moeten deelnemende instellingen uiterlijk aan het einde van dit programma faciliteren. De medische gegevens kunnen zorggebruikers toevoegen aan hun PGO (persoonlijke gezondheidsomgeving), zoals is vastgelegd in het afsprakenstelsel en de informatiestandaarden van MedMij. Indien relevant zijn deze gegevens ook beschikbaar voor statistiekbeheerders en andere landelijke partijen.

Babyconnect is gericht op ICT-aanpassingen, het bieden van praktische ondersteuning en het verbeteren van de kennis van zorgverleners over digitale informatie-uitwisseling. De regeling bestaat uit projectsubsidies aan (de penvoerders van) regionale partnerschappen. Deze partnerschappen begeleiden en ondersteunen de aangesloten zorgverleners en organisaties bij de totstandkoming van regionale samenwerking. Die samenwerking is gericht op de invulling en implementatie van de technische, financiële en juridische kaders die verbonden zijn aan de uitwisseling van relevante persoonsgegevens voor, tijdens en tot 8 weken na de zwangerschap.

Wijziging regeling

Met ingang van 22 juni 2020 zijn enkele wijzigingen aangebracht aan de subsidieregeling. Zie de wijzigingen op de regeling.

Aanvraagcriteria

Een regionaal partnerschap is een samenwerkingsverband dat voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • Het bestaat uit minimaal drie Verloskundige Samenwerkingsverbanden (VSV’s) en/of Integrale Geboortezorgorganisaties (IGO’s), tenzij door uitzonderlijke geografische omstandigheden slechts twee VSV’s in de regio beschikbaar zijn; en
  • de gemeentelijke gezondheidsdienst (GGD) of andere aanbieders van jeugdgezondheidszorg zijn bij de samenwerking betrokken.

De organisaties die als penvoerder van het regionaal partnerschap kunnen optreden zijn:

  • De regionale ondersteuningsstructuren (ROS’en).
  • De regionale samenwerkingsorganisaties (RSO’s).
  • De gezamenlijke organisatie van VSV’s, die de juridische bevoegdheid heeft.

De penvoerder moet rechtspersoonlijkheid hebben, zoals ook is beschreven in de Kaderregeling.

Hoogte subsidie

Per VSV is maximaal €88.200 beschikbaar. Op basis van het aantal aangesloten VSV’s wordt het maximaal aan te vragen bedrag bepaald.

Subsidie aanvragen

Een aanvraag kan tussen 1 november en 31 december 2020 worden ingediend via babyconnect@minvws.nl

Bij de aanvraag heeft u deze documenten nodig:

Regionale partnerschappen

Bij uw subsidieaanvraag stuurt u een overzicht met deelnemende VSV’s mee. DUS-I controleert dit aan de hand van het overzicht van VSV’s van het CPZ.

Fusies: in het overzicht kunt u aangeven of er een voornemen is tot een fusie van een of meerder VSV’s. Als dit pas op een later moment bekend wordt, geef dit dan zo snel mogelijk door per e-mail: babyconnect@minvws.nl.

Als de fusie is voltooid stuurt u het aangepaste overzicht met deelnemende VSV’s naar DUS-I.

Uitbreidingen: als het regionale partnerschap gaat uitbreiden, geeft u dit ook zo snel mogelijk aan ons door. U stuurt in dat geval ook:

  1. een nieuw aanvraagformulier* VIPP Babyconnect;
  2. een nieuwe begroting die aansluit bij de nieuwe aanvraag;
  3. een nieuwe, ondertekende samenwerkingsovereenkomst met de alle deelnemende organisaties;
  4. een nieuw overzicht met deelnemende VSV's.

*Het kopie bankafschrift, de jaarrekening, de DAEB-overeenkomst en het plan van aanpak hoeft u in bovenstaande situatie niet nogmaals op te sturen. De checklist hoeft u ook niet opnieuw aan te leveren.

Wijzigingen en meldplicht

Wijzigingen in de gesubsidieerde activiteiten of andere zaken die van invloed zijn op de subsidie moet u zo spoedig mogelijk melden via babyconnect@minvws.nl. Als de totale begroting (subsidie plus eigen bijdrage) van het project lager uitvalt, wordt het subsidiebedrag naar beneden bijgesteld. De hoogte van de eigen bijdrage verandert bij de verantwoording niet, tenzij u hier op tijd melding van maakt.

Geef het op tijd door als een VSV uit het partnerschap is gestapt.

Voortgang en verantwoorden

Als u subsidie ontvangt moet u elke 12 maanden inhoudelijk en financieel verslag uitbrengen over de voortgang van de activiteiten. U kunt hiervoor dit format gebruiken.

Aan het eind van het project moet u aantonen dat de voorgenomen activiteiten zijn uitgevoerd. Een van de activiteiten is het implementeren en aanpassen van de verschillende zorginformatiesystemen conform de volgende vier uitkomstdoelen:

  1. Medicatieveiligheid 
  2. Patiënt centraal
  3. Digitale overdracht
  4. Eenmalig vastleggen, meervoudig gebruiken

Voor 70% van de zwangeren van het regionaal partnerschap moeten deze doelen behaald zijn. Als dit percentage lager is wordt de volgende tabel gehanteerd:

realisatie

doel 1

doel 2

doel 3

doel 4

≥ 68%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

≥ 60% < 68%

2,5%

10,0%

10,0%

2,5%

≥ 55% < 60%

5,0%

20,0%

20,0%

5,0%

≥ 50% < 55%

7,5%

30,0%

30,0%

7,5%

< 50%

10,0%

40,0%

40,0%

10,0%

Op basis hiervan wordt het definitieve subsidiebedrag vastgesteld. Het is mogelijk dat van bovenstaande kolom wordt afgeweken. Dit kan als de subsidieontvanger tijdens de voortgangsrapportages al heeft aangegeven vertraging op te lopen en daardoor de doelen niet kan behalen. De subsidieontvanger moet dan kunnen aantonen niet zelf de oorzaak te zijn van deze vertraging.

Bij de verantwoording moeten deze documenten worden aangeleverd:

  • Verantwoordingsformulier activiteiten en realisatiebegroting.
  • Documenten geverifieerd door de Babyconnect gebruikersgroepen, Medmij en Nictiz waaruit blijkt dat het regionaal partnerschap voor ten minste 70% van zijn zorggebruikers voldoet aan de eisen.
  • Een overeenkomst waaruit blijkt dat het regionaal partnerschap zijn gegevens kan ontsluiten via een dienstverlener / zorgaanbieder die deelneemt aan het MedMij afsprakenstelsel.
  • Een document waaruit blijkt dat de gegevens uit het netwerk van zorginformatiesystemen geschikt zijn voor het PGO.
  • Een document waaruit blijkt dat de aangesloten zorgverleners en gegevensdiensten zijn opgenomen in het zorgaanbiederadresboek van MedMij, zodat zorggebruikers de praktijken in hun PGO kunnen vinden en selecteren voor digitale informatie-uitwisseling.

De subsidie moet uiterlijk 22 weken na de einddatum van het project worden verantwoord. Bij een einddatum van 1 juni 2023 betekent dit dat u uiterlijk op 2 december 2023 een verantwoording moet indienen.

Meer informatie

Meer informatie vindt u in de subsidieregeling en de wijziging op de regeling. Zie ook de website van het programma. Heeft u nog vragen? Neem dan contact met ons op.