Versnellingsprogramma gegevensuitwisseling Langdurige Zorg (InZicht)

Gegevensuitwisseling tussen cliënt en zorgprofessional, zorgprofessionals onderling en de langdurige en curatieve zorg is nog niet altijd elektronisch. Het programma InZicht heeft als doel om veilige en eenduidige elektronische gegevensuitwisseling te versnellen.

Door het elektronisch toegankelijk maken en uitwisselen van gegevens wordt het samen beslissen met de cliënt of mantelzorger ondersteund. Ook vermindert de administratieve last voor de zorgprofessional. Daardoor is er meer tijd voor de cliënt en worden er minder onnodige fouten gemaakt in de registratie van gegevens. Dat vergroot de veiligheid en het vertrouwen in de zorg.

InZicht bestaat op dit moment uit 2 modules:

  • Module Ontsluiting naar een PGO. U gaat gestructureerd de gegevens uit de BgLZ of de BgGGZ ontsluiten via de PGO van uw cliënt. Daarnaast gaat u rapportages ongestructureerd ontsluiten naar de Persoonlijke Gezondheidsomgeving (PGO) van uw cliënt, gebruikmakend van het PDF/A formaat. Hierdoor kan de cliënt een PGO gebruiken. De implementatie van deze module is verplicht voor zogenoemde care-organisaties (oftewel organisaties die zorg verlenen op grond van de Wlz of wijkverpleging op grond van de Zvw of Wmo 2015). Uiteraard geldt de verplichting niet als uw organisatie al de BgLZ of BgGGZ en een PDF/A document kan ontsluiten naar een PGO.  
  • Module eOverdracht. U gaat met zorgprofessionals elektronisch gegevens uitwisselen bij de verpleegkundige overdracht. Deze module is niet verplicht. Het aanvragen ervan kan alleen binnen een samenwerkingsverband. Dit is een aantal van ten minste drie zorgorganisaties, waarvan minimaal twee care-organisaties (oftwel organisaties die zorg verlenen op grond van de Wlz of wijkverpleging op grond van de Zvw of de Wmo 2015) en minimaal één zogenoemde cure-organisatie (oftewel een organisatie die zorg levert op grond van de Zvw, en geen organisatie is die wijkverpleging levert).

De drie fases van de regeling

Na uw aanmelding bij DUS-I volgt een intakegesprek door Bureau InZicht. Het bureau helpt u met de voorbereiding van de contextanalyse en het plan van aanpak. Zie ook het proces subsidieaanvraag in het kort.

Is het proces niet duidelijk, of heeft u een andere vraag? Zie voor meer informatie ook de vragen en antwoorden.

Fase 1: Contextanalyse

Om een contextanalyse te maken, meldt u zich eerst aan via inzicht@minvws.nl onder vermelding van 'Aanmelding contextanalyse'. U wordt vervolgens door het Bureau InZicht uitgenodigd voor een intakegesprek. Hierin maakt u onder andere verdere afspraken over de afronding van de contextanalyse. Dit doet u individueel (in het geval van de module Ontsluiting naar een PGO) of in samenwerkingsverband (in het geval van eOverdracht). U kunt hiervoor onderstaande richtlijnen gebruiken.

Fase 2: Plan van aanpak

Als de contextanalyse klaar is, moet u een plan van aanpak voor de implementatie schrijven.

Voor de module PGO schrijft u het plan van aanpak individueel. En u voegt een begroting toe. Voor de module eOverdracht schrijft de projectleider namens het samenwerkingsverband het plan van aanpak. Iedere partner moet een eigen begroting opleveren.

Bij eOverdracht moeten de partners van het samenwerkingverband een overeenkomst ondertekenen.

Het Bureau InZicht ondersteunt bij het schrijven van de contextanalyse en het plan van aanpak. Vervolgens schrijft het bureau een advies dat wordt gebruikt bij de beoordeling van uw aanvraag. Zonder dit advies kunt u geen aanvraag indienen. Zorg er daarom voor dat u het advies voor de uiterste aanvraagdatum in bezit heeft.

Fase 3: Subsidieaanvraag implementatie

Als u klaar bent met de contextanalyse en het plan van aanpak en als het programmabureau een advies heeft gegeven op uw aanvraag, kunt u een subsidieaanvraag indienen. Dit kan tot 1 september 2021, de activiteiten moeten uiterlijk op 31 december 2022 zijn uitgevoerd.

Voor de module PGO doet u dat individueel. Voor de module eOverdracht dient de projectleider een aanvraag in namens het samenwerkingsverband. Daarnaast moet iedere partner een deelaanvraag indienen. Daarvoor krijgt u van de projectleider een link naar het aanvraagformulier.

Aanvraagcriteria

Fase 1 en 2

Voordat subsidie kan worden aangevraagd moeten fase 1 en 2 zijn uitgevoerd. Daarbij is gebruik gemaakt van de richtlijnen contextanalyse, de templates voor het plan van aanpak en de templates voor de begroting. Daarnaast moet uw aanvraag zijn voorzien van een advies van het programmabureau.

Fase 3

  • De contextanalyse en het plan van aanpak worden bij de subsidieaanvraag ingediend.
  • De module Ontsluiting naar een PGO vraagt u zelfstandig aan.
  • Bij de module eOverdracht is een samenwerkingsverband verplicht. De projectleider vraagt namens het samenwerkingsverband subsidie aan. Daarnaast moet iedere partner een deelaanvraag indienen.
  • Deelnemers in een samenwerkingsverband uit de curatieve zorg kunnen alleen subsidie aanvragen voor de module eOverdracht.

Benodigde documenten

Zorg dat u bij het invullen van de aanvraag zoveel mogelijk benodigde informatie en documenten bij de hand heeft:

  • De contactgegevens van de aanvragende organisatie en eventueel een intermediair.
  • Voor de module eOverdracht: de samenwerkingsovereenkomst getekend door de tekenbevoegden zoals vermeld op het KvK-uittreksel.
  • Een begroting waarin de kosten zijn te herleiden.
  • Een getekende DAEB overeenkomst.
  • Een contextanalyse en een plan van aanpak.
  • Een advies vanuit het programmabureau.
  • Bankgegevens met een scan van een bankafschrift dat niet ouder is dan 3 maanden. Zie ook: Voorbeeld bankafschrift.
  • De start- en einddatum van de activiteiten waarvoor u subsidie aanvraagt.
  • De kosten die u gaat maken en een cijfermatig toelichting hiervan. Waar mogelijk ontvangen we graag scans van offertes, met een vermelding van de naam van de aanvragende partij.

Criteria voor het samenwerkingsverband

  • Een samenwerkingsverband bestaat uit minimaal drie deelnemers, waarvan (minimaal) twee organisaties zorg verlenen op grond van de Wlz of wijkverpleging op grond van de Zvw of Wmo 2015 (oftewel een care-organisatie) en minimaal één organisatie die zorg verleent op grond van de Zvw, en geen wijkverpleging levert (oftewel een cure-organisatie).
  • De projectleider van het samenwerkingsverband werkt in opdracht van een care-organisatie.
  • Uw instelling kan de BgLZ/BgGGZ uitwisselen met een PGO of is hiermee bezig.
  • Alle deelnemers van een samenwerkingsverband ondertekenen de samenwerkingsovereenkomst voor de eOverdracht-module.

Hoogte subsidie

  • Het subsidieplafond voor 2020, 2021 en 2022 is bij elkaar in totaal € 30 miljoen.
  • Het minimale bedrag van de subsidieaanvraag is € 25.000 per zorgaanbieder.
  • De subsidie voor de modules Ontsluiting naar een PGO en eOverdracht bedraagt maximaal € 200.000 per module en per organisatie.
  • De projectleider van een samenwerkingsverband ontvangt € 25.000 voor de coördinerende werkzaamheden.
  • Als de subsidie is toegekend wordt deze in maandelijkse termijnen gedurende de subsidieperiode overgemaakt.

Subsidie aanvragen

U kunt subsidie aanvragen tot en met 1 september 2021.

Na het indienen van uw aanvraag ontvangt u een ontvangstbevestiging per e-mail.

Een schriftelijk besluit over toekenning of afwijzing ontvangt u vervolgens binnen 13 weken. Is uw aanvraag niet compleet? Dan vragen wij u om uw aanvraag aan te vullen. Hierdoor wordt de termijn voor afhandeling langer dan 13 weken.

Meldingsplicht bij wijzigingen

Wijzigingen in uw project die van belang kunnen zijn voor de subsidie moet u direct melden. Bijvoorbeeld als de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, niet, niet op tijd of niet geheel zullen worden verricht. Of als een andere leverancier het project uitvoert. Neem contact met ons op als u twijfelt of u iets moet melden via inzicht@minvws.nl.

Als u niet voldoet aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn of als activiteiten niet (geheel) worden uitgevoerd, kan (een deel van) de subsidie worden teruggevorderd.

Verantwoorden

Aan het eind van het project moet over de subsidie een inhoudelijke en financiële verantwoording worden afgelegd. De manier waarop hangt af van de hoogte van de subsidie.

Subsidiebedrag per zorgaanbieder: tussen € 25.000 - € 125.000
DUS-I doet de eindbeoordeling. Hierbij wordt:

  • het eindrapport beoordeeld;
  • een mogelijk (steekproefsgewijs) werkbezoek aan de zorgorganisatie uitgevoerd;
  • beoordeeld of de resultaten zijn behaald;
  • mede op basis van de verklaring van de werkelijke kosten en opbrengsten de hoogte van de subsidie vastgesteld.

Subsidiebedrag per zorgaanbieder: boven € 125.000
DUS-I doet de eindbeoordeling. Hierbij wordt:

  • het eindrapport beoordeeld;
  • een mogelijk (steekproefsgewijs) werkbezoek aan de zorgorganisatie uitgevoerd;
  • beoordeeld of de resultaten zijn behaald;
  • met behulp van een IT-audit vastgesteld of de ICT-investering voldoet aan de geplande doelstelling en eisen. De normen voor de IT-audit zijn opgenomen in het Handboek Inzicht 2020;
  • getoetst of er een accountantsverklaring volgens het voorgeschreven model bij het financieel verslag (werkelijke kosten en opbrengsten) is bijgevoegd;
  • mede op basis van het financieel verslag de hoogte van de subsidie vastgesteld.

Als niet wordt voldaan aan de criteria kan (een deel van) de subsidie worden teruggevorderd.

Meer informatie

Lees voor meer informatie de subsidieregeling en de vragen en antwoorden.

Heeft u een andere vraag of wilt u graag ondersteuning of advies? Stuur dan een e-mail aan inzicht@minvws.nl.