Regeling specifieke uitkering stimulering sport

Sinds 1 januari 2019 kunnen gemeenten, sportverenigingen en sportstichtingen de btw die hen in rekening wordt gebracht voor investeringen in sport niet meer in aftrek brengen. Om de ontwikkeling en instandhouding van sportaccommodaties en de aanschaf van sportmaterialen te stimuleren, kunnen gemeenten sinds die datum gebruikmaken van de Regeling specifieke uitkering stimulering sport.

Bekijk de belangrijkste cijfers over de regeling in deze infographic.

De uitkering is bedoeld voor:

  • Investeringen in hardware, zoals de bouw en het onderhoud van accommodaties. Dit kan het aanleggen van een kunstgrasveld of de bouw van een sporthal zijn.
  • Exploitatie van sportaccommodaties, zoals het beheer. Het kan gaan om gebruikskosten (bijvoorbeeld energielasten) en ingehuurde krachten zoals beheerders van accommodaties.
Jaar van de uitkering 2019 2020 2021 2022
Uitkeringsplafond

€ 185 mln.

 € 188 mln.  € 182 mln.  € 178 mln.
Aanvraagperiode Tot 1 juni 2019 Tot 1 maart 2020 Tot 1 maart 2021 Tot 1 maart 2022
Verlening Binnen 17 weken Binnen 17 weken Binnen 17 weken Binnen 17 weken
Verantwoording Uiterlijk 15 juli 2020 Uiterlijk 15 juli 2021 Uiterlijk 15 juli 2022 Uiterlijk 15 juli 2023

Bijzonderheden: eerst worden eventuele terugbetalingen geïnd voor het betreffende jaar. Als meer dan € 2 miljoen van het uitkeringsplafond resteert, wordt dit bedrag gelijk verdeeld onder de gemeenten die hiervoor in aanmerking komen volgens artikel 12 van de regeling. Daarna gebeurt hetzelfde voor een eventueel overblijvend bedrag, maar dan volgens artikel 13 van de regeling.

Aanvraagcriteria

  • De uitkering is bedoeld voor gemeenten sportbedrijven. Ze moeten jaarlijks kiezen of ze een aanvraag indienen via de Subsidieregeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties of de Regeling specifieke uitkering sport.
  • Een activiteit mag niet óók worden gesubsidieerd via de Subsidieregeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties (bedoeld voor sportverenigingen en –stichtingen).
  • Er wordt geen uitkering gegeven voor activiteiten waarvan op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968 recht op aftrek van omzetbelasting bestaat.
  • Er wordt geen uitkering gegeven voor activiteiten die recht hebben op compensatie op grond van de Wet op het btw-compensatiefonds.

Hoogte uitkering

De regeling subsidieert maximaal 17,5% van de bestedingen, inclusief btw.  Voor 2021 bedraagt het beschikbare bedrag € 178 miljoen. Wanneer het totaal van de aangevraagde uitkeringen het beschikbare budget overschrijdt, worden de aanvragen naar rato verleend.

Aanvragen

Alle Nederlandse gemeenten ontvingen op 4 januari 2021 een e-mail met een link naar het online aanvraagformulier. U kon de uitkering aanvragen tot en met 28 februari 2021.

Het aanvraagportaal is inmiddels gesloten. 335 gemeenten hebben een aanvraag ingediend voor in totaal € 241,2 miljoen. Dit betekent dat er naar alle waarschijnlijkheid een rato toegepast moet worden. De definitieve verdeling kan pas bepaald worden als alle dossiers inhoudelijk beoordeeld zijn.

Mocht er voor een aanvraag een aanvulling nodig zijn, neemt DUS-I contact op met de opgegeven contactpersoon. 

Verantwoorden en vaststellen

De uitkering voor 2019 moest uiterlijk 15 juli 2020 worden verantwoord. Voor 2020 is de uiterlijke datum voor verantwoording 31 juli 2021.

De verantwoording maakt deel uit van de gemeentelijke verantwoording volgens de SiSa systematiek onder Hoofdstuk 4.

Bedragen in de verantwoording

Gebruik in de verantwoording de bruto gerealiseerde bedragen (dus inclusief btw). Net als in de aanvraag. Als u hiervan afwijkt dan kunt u dit toelichten in de verantwoording onder indicator 10.

U moet de kosten in de meest passende categorie verantwoorden. Dit maakt uw verantwoording duidelijker en daardoor zal tijdens de behandeling de kans op aanvullende vragen vanuit DUS-I afnemen.

De uitkering 2019 is naar rato verleend. Hier moet u in de verantwoording geen rekening mee houden. Gebruik dezelfde bruto bedragen als in de aanvraag.

Mocht u subsidiabele kosten hebben gemaakt die niet in de initiële aanvraag zijn opgenomen, moet u dit aangeven in kolom G onder het kopje 'Toelichting'.

Hier kunt u invullen dat deze kosten in aanmerking komen voor artikel 13 bij een eventuele aanvullende verlening. Een duidelijke verantwoording versoepelt de behandeling van artikel 12 en 13 van de regeling en zal bovendien tot minder aanvullende vragen leiden.

Herziening en vaststelling

Uiterlijk op 31 januari in het jaar na het indienen van de verantwoording vindt bij elke gemeente de vaststelling plaats. Dit kan betekenen dat het een extra uitkering krijgt, of dat er een bedrag wordt teruggevorderd.

Afhankelijk van de situatie van de aanvrager en het eventueel resterende uitkeringsplafond na afloop van het jaar van de uitkering, is het ook mogelijk dat er zowel een terugvordering als een uitbetaling plaatsvindt. Dit gebeurt sowieso niet tegelijkertijd. Zie voor meer informatie artikel 12 en artikel 13 van de regeling.

Meldplicht

U moet feiten en omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de uitkering direct melden. Daarvan is in ieder geval sprake als:

  • de activiteiten waarvoor de uitkering is verstrekt, niet, niet op tijd of niet geheel zullen worden verricht;
  • niet, niet op tijd of niet geheel zal worden voldaan aan de verplichtingen die aan de uitkering verbonden zijn.

Meer informatie

Alle informatie staat in de regeling. Bekijk ook de veelgestelde vragen:

Heeft u toch nog een vraag? Mail deze naar spuk-sport@minvws.nl. Wij nemen dan zo snel mogelijk contact met u op.