Specifieke uitkering stimulering sport

Sinds 1 januari 2019 kunnen gemeenten, sportverenigingen en sportstichtingen de btw die hen in rekening wordt gebracht voor investeringen in sport niet meer in aftrek brengen. Om de ontwikkeling en instandhouding van sportaccommodaties en de aanschaf van sportmaterialen te stimuleren, kunnen gemeenten sinds die datum gebruikmaken van de regeling Specifieke uitkering stimulering sport.

Waar kunnen gemeenten de uitkering voor aanvragen?

De uitkering is bedoeld voor:

  • Investeringen in hardware, zoals de bouw en het onderhoud van accommodaties. Dit kan het aanleggen van een kunstgrasveld of de bouw van een sporthal zijn.
  • Exploitatie van sportaccommodaties, zoals het beheer. Het kan gaan om gebruikskosten (bijvoorbeeld energielasten) en ingehuurde krachten zoals beheerders van accommodaties.

U kunt de uitkering niet aanvragen voor de kosten voor bewegingsonderwijs. In de vragen en antwoorden vindt u meer informatie over welke kosten wel en niet in aanmerking komen voor de regeling.

Nieuwe regeling vanaf 2024

Het ministerie van VWS werkt samen met specialisten aan de voortzetting van de regeling vanaf 2024. Daarvoor is de bestaande regeling geëvalueerd en verbeteren we waar nodig punten in de nieuwe regeling. VWS streeft ernaar de regeling in april open te stellen voor gemeenten. De voornaamste wijzigingen die we verwachten in de nieuwe regeling:

  • Gemeenten doen een aanvraag op basis van een vast bedrag. Dit bedrag is gebaseerd op het gemiddelde van de gerealiseerde bestedingen van de laatste drie verantwoordingen voor deze specifieke uitkering, in verhouding tot het beschikbare budget. U hoeft geen aanvraag meer te doen op basis van een specificatie of begroting per kostenpost.
  • Het uitkeringspercentage wijzigen we van 17,5% naar 18%.
  • U kunt geen uitkering meer aanvragen voor kosten voor het mengpercentage. Dit zag in de vorige regeling toe op de overheadkosten van gemeenten.

Meer informatie volgt bij de publicatie van de regeling.

Belangrijke voorwaarden

  • De uitkering is bedoeld voor gemeentelijke sportbedrijven. Ze moeten jaarlijks kiezen of ze een aanvraag indienen via de regeling Stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties (BOSA) of de regeling Specifieke uitkering stimulering sport.
  • Een activiteit mag niet óók worden gesubsidieerd via de subsidieregeling Stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties (bedoeld voor sportverenigingen en -stichtingen).
  • Er wordt geen uitkering gegeven voor activiteiten waarvan op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968 recht op aftrek van omzetbelasting bestaat.
  • Er wordt geen uitkering gegeven voor activiteiten die recht hebben op compensatie op grond van de Wet op het btw-compensatiefonds.

Verantwoorden en vaststellen

De uitkering voor 2022 moest u uiterlijk 15 juli 2023 verantwoorden.

De verantwoording maakt deel uit van de gemeentelijke verantwoording volgens de SiSa-systematiek onder Hoofdstuk 4.

Bedragen in de verantwoording

Gebruik in de verantwoording de bruto gerealiseerde bedragen (dus inclusief btw) x 17,5%. Indien nodig kunt u een toelichting geven onder indicator H4/08.

U moet de kosten in de meest passende categorie verantwoorden. Dit maakt uw verantwoording duidelijker en daardoor zal tijdens de behandeling de kans op aanvullende vragen vanuit DUS-I afnemen.

Als de uitkering naar rato is verleend hoeft hier geen rekening mee worden gehouden in de verantwoording. Gebruik dezelfde brutobedragen als in de aanvraag.

Mocht u subsidiabele kosten hebben gemaakt die niet in de initiële aanvraag zijn opgenomen, moet u dit aangeven in kolom I onder het kopje 'Toelichting'.

Hier kunt u invullen dat deze kosten in aanmerking komen voor artikel 13 bij een eventuele aanvullende verlening. Een duidelijke verantwoording versoepelt de behandeling van artikel 12 en 13 van de regeling en zal bovendien tot minder aanvullende vragen leiden.

Herziening en vaststelling

Uiterlijk op 31 januari in het jaar na het indienen van de verantwoording stelt DUS-I de uitkering vast. Gemeenten kunnen dan een nabetaling krijgen, of er kan een bedrag worden teruggevorderd. Zie voor meer informatie artikel 12 en artikel 13 van de regeling.

Eerst worden eventuele terugbetalingen geïnd voor het betreffende jaar. Als meer dan € 2 miljoen van het uitkeringsplafond resteert, wordt dit bedrag gelijk verdeeld onder de gemeenten die hiervoor in aanmerking komen volgens artikel 12 van de regeling. Daarna gebeurt hetzelfde voor een eventueel overblijvend bedrag, maar dan volgens artikel 13 van de regeling.

2019 2020 2021 2022 2023
Uitkeringsplafond

€ 185 mln.

 € 188 mln.  € 182 mln.  € 185 mln. € 184 mln.
Aanvraagperiode Tot 1 juni 2019 Tot 1 maart 2020 Tot 1 maart 2021 Tot 1 maart 2022 Tot 1 maart 2023
Verlening Binnen 17 weken Binnen 17 weken Binnen 17 weken Binnen 17 weken Binnen 17 weken
Verantwoording Uiterlijk 15 juli 2020 Uiterlijk 15 juli 2021 Uiterlijk 15 juli 2022 Uiterlijk 15 juli 2023 Uiterlijk 15 juli 2024

Meldplicht

U moet feiten en omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de uitkering direct aan ons melden. Daarvan is in ieder geval sprake als:

  • de activiteiten waarvoor de uitkering is verstrekt, niet, niet op tijd of niet geheel zullen worden verricht;
  • niet, niet op tijd of niet geheel zal worden voldaan aan de verplichtingen die aan de uitkering verbonden zijn.

Resultaten

De resultaten van de aanvraagrondes in de periode 2019 tot en met 2022 vindt u op de resultatenpagina en in de infographic (download als pdf).

Meer informatie

Alle informatie staat in de regeling.

Heeft u vragen? Bekijk dan de antwoorden op veelgestelde vragen:

Heeft u een andere vraag? Neem dan contact met ons op. U ontvangt binnen 2 werkdagen een reactie.